Het bieden van vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, in het geval de jeugdige niet op eigen gelegenheid naar de locatie kan reizen in verband met de medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid.
De Jeugdwet hanteert het uitgangspunt van eigen kracht. Vervoer is primair een taak van de ouders. Als dat niet mogelijk is, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Het feit dat ouders/verzorgers werken of zorgdragen voor andere kinderen wordt niet beschouwd als een beperking in de zelfredzaamheid. Als ouders/verzorgers er zelf niet in slagen de begeleiding te leveren, kunnen zij daarvoor bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of vrijwilligers inschakelen/inhuren.
De gedachte is dat vervoer naar jeugdhulp alleen georganiseerd wordt daar waar ouders, netwerk en/of voorliggende voorzieningen dit niet zelf kunnen realiseren en/of het vervoer buiten de gebruikelijke zorg valt. Dit is het geval indien de jeugdige aantoonbaar niet zelfstandig kan reizen en:
de alleenstaande ouder of beide ouders een aantoonbare handicap hebben waardoor het voor hen niet mogelijk is om hun kind te vervoeren of te begeleiden in het openbaar vervoer, of;
de alleenstaande ouder andere kinderen met een leeftijd onder de vier jaar of met een aantoonbare handicap hebben, waarvoor zorg thuis nodig is en de zorginstelling op meer dan vier kilometer van de woning is, of;
de afstand en frequentie waarop de jeugdige naar een zorginstelling moet worden gebracht zo groot is, dat het de draagkracht van de ouders overschrijdt. Om te bepalen of dit het geval is wordt gebruik gemaakt van de volgende formule: Als de uitkomst van: (aantal maanden) x (aantal keren er week) x (aantal weken per maand) x (afstand enkele reis) x 0,25 = 250 of hoger is, komt de jeugdige in aanmerking voor een vervoersvoorziening.
Bij de vergoeding van het vervoer is de voor het college goedkoopst mogelijke wijze van vervoer het uitgangspunt. Eerst wordt gekeken of ouders/verzorgers het vervoer zelf kunnen organiseren. Indien dit het geval is geldt een vergoeding van € 0,19 per km op basis van de kortste route. Voor het vaststellen van de afstand maakt het college gebruik van de anwb routeplanner. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de optie `kortste route' met de auto.
Als vervoer op eigen gelegenheid niet mogelijk is, dan verstrekt het college een voorziening voor aangepast vervoer.