Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 3.6

Het gesprek en perspectiefplan

Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Verordening jeugdhulp Aalsmeer 2020

De lokale toegang onderzoekt in een gesprek of gesprekken met de jeugdige of zijn ouder of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder ontoereikend zijn om hulp, zorg en ondersteuning aan de jeugdige te bieden naar aard en omvang voor de tijdens het gesprek of gesprekken vastgestelde problemen en stoornissen. De lokale toegang stelt namens het college in een of meerdere gesprek(ken) samen met de jeugdige en/of zijn ouders vast: wat de ondersteuningsvraag is, met daarbij specifiek aandacht voor: de gezinssituatie op de verschillende leefgebieden; wat de van opgroei en opvoedingsproblemen zijn, met daarbij specifiek aandacht voor: de beoogde resultaten van de ondersteuning; welke ondersteuning nodig is, met daarbij specifiek aandacht voor: de aard en omvang van de ondersteuning; op welke wijze de ondersteuningsvraag opgelost kan worden, met daarbij specifiek aandacht voor: wat de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk zelf kunnen doen; of en welke ondersteuning nodig is vanuit de algemene voorzieningen; of en welke ondersteuning nodig is in de vorm van een individuele voorziening; op welke wijze de ondersteuning wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, wonen of werk en inkomen; welke andere voorzieningen (deels) voorliggend zijn, en; of er sprake is van de wens voor een pgb. De lokale toegang en de jeugdige en/of zijn ouders leggen de zaken genoemd in het tweede lid vast in een perspectiefplan dat door de professional van de lokale toegang, de jeugdige en/of zijn ouders ondertekend wordt. In het perspectiefplan worden afspraken opgenomen over de wijze en het moment waarop de resultaten van het perspectiefplan met de jeugdige en/of zijn ouders, de lokale toegang en de jeugdhulpaanbieder besproken worden. Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt de lokale toegang dat als eerste bij het gesprek. De lokale toegang verzamelt voorafgaand aan of tijdens het gesprek in overleg met de jeugdige of zijn ouders de noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. De jeugdige of zijn ouders verstrekken aan de lokale toegang voorafgaand aan of tijdens het gesprek alle overige gegevens, die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. Het ondertekende perspectiefplan, dan wel de weergave ervan in een gespreksverslag, kan door de lokale toegang worden opgeslagen in de eigen administratie. Het (ondertekende) perspectiefplan wordt, voor zover van toepassing, voor een effectieve uitvoering van de specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, door de jeugdige en/of zijn ouders, of in voorkomende gevallen door de lokale toegang, gedeeld met de betrokken jeugdhulpaanbieder met inachtneming van de geldende privacyregelgeving. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het gesprek zoals bedoeld in dit artikel gevoerd wordt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel