Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 3.8

Besluit specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp

Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Verordening jeugdhulp Aalsmeer 2020

In het besluit tot toekenning van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp wordt vastgelegd: wat de beoogde resultaten zijn; of sprake is van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, het ondersteuningsprofiel en als het gaat om hoogspecialistische jeugdhulp ook de intensiteit van de jeugdhulp; in geval van een persoonsgebonden budget de hoogte van het budget en hoe deze is berekend. Het besluit tot toekennen van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp wordt afgegeven: als het gaat om zorg in natura met een duurzaam traject met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur; als het gaat om zorg in natura met traject gericht op herstel, met een geldigheidsduur tot vier maanden nadat de jeugdige en/of zijn ouders in overleg met de betrokken jeugdhulpaanbieder hebben besloten dat de jeugdhulp niet langer nodig is en het college hiervan door de jeugdhulpaanbieder op de hoogte is gesteld; als het gaat om een persoonsgebonden budget: met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur. In aanvulling op het gestelde in het tweede lid wordt het besluit opnieuw van kracht wanneer een jeugdige en/of zijn ouders zich binnen vier maanden na een volgens plan beëindigd jeugdhulptraject dat gericht was op herstel opnieuw, met dezelfde hulpvraag, bij de jeugdhulpaanbieder melden. De geldigheid van het besluit kan vervallen wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen drie maanden na het afgegeven van het besluit is gestart met zorg. Het besluit wordt genomen: indien er overeenstemming is tussen de lokale toegang en de jeugdige en/of zijn ouders over de in te zetten specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, direct na de ondertekening van het perspectiefplan door de jeugdige en/of zijn ouders en de professional van de lokale toegang en; binnen twee weken na ontvangst van het eenzijdig door de jeugdige en/of zijn ouders opgestelde perspectiefplan, wanneer de lokale toegang en de jeugdige en/of zijn ouders geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over het perspectiefplan; binnen vijf werkdagen na het verzoek om toewijzing van de jeugdhulpaanbieder, wanneer een perspectiefplan op grond van artikel 3.5 vierde lid niet nodig is. Als de jeugdige of zijn ouders hierom vragen, bij de verstrekking van een pgb of bij situaties zoals beschreven in lid 5a en 5b van dit artikel legt het college het besluit vast in een beschikking. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en kan hieromtrent nadere regels stellen binnen de daartoe door de gemeenteraad gestelde kaders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel