Veel gebouwen en (bijbehorende) bouwwerken die volgens dit beleid gerealiseerd kunnen worden zijn zodra het college van B&W een afwijking van het bestemmingsplan toestaat ten aanzien van de activiteit bouwen vergunningsvrij. In deze gevallen is er geen wettelijk welstandsadvies nodig. Daar staat tegenover dat de gemeente alleen een afwijking van het bestemmingsplan toestaat, als de gevolgen van het bouwplan bekend zijn. De gemeente is op grond van de Wabo bevoegd om alle informatie op te vragen die redelijkerwijs nodig is om een afwijking van het bestemmingsplan te kunnen verlenen (op grond van de Ministeriële Regeling Omgevingsrecht, art. 3.2 onder b.). Op grond van deze bevoegdheid kunnen gevel- en plattegrondtekeningen van de beoogde situatie worden gevraagd, opdat er een welstandsadvies kan worden afgegeven. Daarnaast houdt de gemeente bij de beoordeling van de aanvraag rekening met de beginselen van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Juist omdat het bij een aanvraag gaat om een individuele concrete situatie in tegenstelling tot de integrale ruimtelijke benadering bij een (herziening van een) bestemmingsplan houdt de gemeente nadrukkelijk rekening met de consequenties van de afwijking voor de omgeving en omwonenden. De effecten voor de aangrenzende percelen dienen daartoe in beeld te worden gebracht.
2.5.1 Afwijken van de beleidsregels
Het college van B&W is bevoegd zowel in positieve als in negatieve zin om, mits uitdrukkelijk gemotiveerd wordt waarom er af geweken wordt, af te wijken van deze beleidsregels indien:
stedenbouwkundige, verkeerskundige en/of overige ruimtelijke overwegingen hiertoe aanleiding geven en of;
de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en/of belangen van derden hier aanleiding toe geven en of;
indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van deze beleidsregels, naar oordeel van het college, zou leiden tot onredelijke beperking van de gebruiks- en/of bouwmogelijkheden.
2.5.2 Weigeringsgrond (derde)belanghebbenden
De aanvraag om omgevingsvergunning met afwijking van het bestemmingsplan kan worden geweigerd indien het bouwplan tot gevolg heeft dat de gebruiksmogelijkheden van de gronden en gebouwen van (derde)belanghebbenden onevenredig worden beperkt.
2.5.3 Toepassing afwijkingenbeleid bij legalisatie
Afwijken is geen doel op zich. Het moet gaan om afwijkingen die ruimtelijk gewenst zijn. Dat is iets anders dan middels een afwijking een illegale bouwsituatie legaliseren.
Het afwijkingenbeleid is zeker te gebruiken bij een legalisatieonderzoek, maar het afwijkingsbesluit moet wel gebaseerd zijn op de ruimtelijke afweging van het concrete geval.
2.5.4 Voormalig restgroen
Van de gemeente gekochte en bij de tuin getrokken stukken restgroen komen middels dit afwijkingenbeleid in aanmerking voor een afwijkingsvergunning, als daarmee op deze gronden hetzelfde te realiseren is als op de bijbehorende erf of tuin bestemming.
2.5.5 Maatwerk voor bouwwerken en locaties met bijzondere status
Er is in ieder geval sprake van een locatie of bouwwerk met een bijzondere status als de aanvraag:
gelegen is binnen een ecologisch waardevol gebied;
betrekking heeft op een buitenplaats of landgoed;
betrekking heeft op een monument of beeldbepalend bouwwerk;
betrekking heeft op een recreatieverblijf/-woning.
In bovenstaande gevallen zal alleen worden afgeweken van het bestemmingsplan als de kwaliteit of gebruiksmogelijkheden van het bouwwerk of de omgeving door de afwijking niet in onevenredige mate verslechteren. Deze aanvragen zullen altijd worden besproken met een ter zake deskundige afdeling of instantie, zodat maatwerk kan worden geboden.
2.5.6 Trendsetter
Soms is een bouwplan voor een bijbehorend bouwwerk bij een woning identiek aan eenzelfde plan bij eenzelfde woning in de straat of binnen hetzelfde bouwblok. Het college kan het eerste bouwwerk aanmerken als trendsetter. Dat betekent dat men in die buurt identieke bijbehorende bouwwerken mag bouwen. Niet elk bouwwerk wordt aangemerkt als trendsetter. Eerst wordt bekeken of in het verleden sprake is geweest van wijziging van beleid om een bepaalde trend te doorbreken, of het wenselijk is om het bouwwerk als trendsetter aan te merken, en of het bouwwerk met vergunning is gebouwd.
2.5.7 Algemene voorwaarden bij afwijkingen
De voorwaarden voor maatwerk bieden een kader waaraan getoetst moet worden om er voor te zorgen dat de ruimtelijke consequenties beperkt blijven en geen (ongewenste) precedentwerking hoeft te worden gevreesd. Daarbij moet er sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening, te toetsen aan in ieder geval de onderstaande algemene richtlijnen en per geval (mogelijk) aanvullende overwegingen. Deze voorwaarden gelden binnenplanse afwijkingen (hoofdstuk 3), de kruimelgevallenregeling (hoofdstuk 4), afwijkingen met ruimtelijke onderbouwing (hoofdstuk 5) en herzieningen van een bestemmingsplan (hoofdstuk 6).
De volgende voorwaarden zijn onverkort van toepassing:
de activiteit moet passen binnen de geldende of in ontwerp neergelegde visies en beleidskaders van de gemeente, provincie en het rijk;
seksinrichtingen, prostitutie, erotisch getinte horecabedrijven en horecabedrijven voor het afhalen en nuttigen van drugs (coffeeshops) zijn niet toegestaan;
de ruimtelijke uitstraling van de ontwikkeling moet passen binnen het (woon)gebied;
de ontwikkeling mag geen onevenredige afbreuk doen aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en/of belangen van belanghebbenden;
de belangen van derden mogen door de activiteit niet onevenredig worden geschaad;
er mag geen aantasting plaatsvinden van het woon- en leefmilieu die niet redelijkerwijs te verwachten valt in de betreffende omgeving;
er moet sprake zijn van een normale afwikkeling van verkeer en er moet voldaan worden aan de CROW normen voor o.a. parkeren;
parkeren dient op eigen erf plaats te vinden of de initiatiefnemer legt op eigen kosten parkeerplaatsen aan in het openbaar gebied;
de ontwikkeling moet voldoen aan de eisen t.a.v. milieu;
de sociale veiligheid mag niet nadelig worden beïnvloed door de activiteit;
de aanwezige waarden waaronder stedenbouwkundige, cultuurhistorische, archeologische of landschappelijke waarden mogen niet nadelig worden beïnvloed door de activiteit;
bij een monument dient er sprake te zijn van een positief advies van de ter zake bevoegde instantie/adviescommissie;
Het plaatsen van een bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding ervan mag nooit ten koste gaan van parkeerplaatsen op eigen terrein;
Afwijkingen zijn niet toegestaan bij een recreatieverblijf (pand). Een ‘extra’ uitbreiding van een recreatieverblijf zou namelijk de aard, omvang en karakter aantasten en het aanzien geven van een permanente woning.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5