Naar hoofdinhoud
1.. Het college vergadert in de regel eenmaal per week op een in onderling overleg vast te stellen dag en tijdstip en voorts zo dikwijls de (plaatsvervangend) voorzitter of twee wethouders het nodig achten. 2.. Indien twee of meer wethouders een vergadering nodig achten, verzoeken zij onder opgaaf van redenen de (plaatsvervangend) voorzitter deze bijeen te roepen. De secretaris zorgt na overleg met de (plaatsvervangend) voorzitter voor een oproep voor deze vergadering – onder vermelding van de te bespreken onderwerpen – die zo mogelijk uiterlijk een dag van tevoren op een in de gemeente gebruikelijke wijze aan de leden van het college wordt toegezonden. 3.. De vergaderingen worden als regel fysiek in het gemeentehuis of digitaal gehouden en vinden met gesloten deuren plaats. 4.. Het college kan van het derde lid afwijken indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. 5.. De secretaris neemt deel aan de beraadslagingen. 6.. Het college kan besluiten dat anderen dan de leden en de secretaris deelnemen aan de beraadslaging. 7.. Op degene, die op grond van dit artikel is toegelaten deel te nemen aan de beraadslaging, zijn de bepalingen van dit reglement zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 8.. Het college kan een niet-lid, dat daartoe de wens te kennen heeft gegeven of door het college is uitgenodigd, in de gelegenheid stellen zijn opvattingen over een aangelegenheid in een collegevergadering kenbaar te maken.

Rechtspraak bij dit artikel