Naar hoofdinhoud
1.. De aanvraag voor bijzondere bijstand moet worden ingediend op een daartoe bestemd aanvraagformulier, onder overlegging van de benodigde bewijsstukken, en kan, indien dit naar het oordeel van het college doelmatiger is, ambtshalve worden opgemaakt of op een hiervoor door het college vastgestelde werkwijze. 2.. Als belanghebbende geen uitkering heeft op grond van de wet levert belanghebbende bewijsstukken aan die aantonen wat zijn inkomen en vermogen zijn op de datum van het ontstaan van de kosten waarover bijzondere bijstand wordt gevraagd. Als belanghebbenden een uitkering hebben op grond van de IOAW/IOAZ dan zijn bewijsstukken over het vermogen voldoende. 3.. Belanghebbende levert op verzoek aanvullende bewijsstukken aan als deze noodzakelijk zijn voor de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand. 4.. Indien belanghebbende tijdens het lopende kalenderjaar een ander verzoek indient voor bijzondere bijstand, kan na schriftelijke verklaring van belanghebbende dat er geen wijziging zijn in de (inkomens) situatie ten opzichte van de eerdere vaststelling, terug gevallen worden op de reeds in bezit zijnde gegevens.

Rechtspraak bij dit artikel