Het college is van oordeel dat:
De alleenstaande zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a van de wet of de gehuwden als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub c onder 10 van de wet niet over draagkracht beschikken wanneer het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de alleenstaande norm, als bedoeld in artikelen 20 tot en met 24 van de wet.
De alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub b van de wet niet over draagkracht beschikt wanneer het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van alleenstaande-ouder norm als bedoeld in artikel 20 tot en met 24 van de wet, tevens vermeerderd met de alleenstaande ouderkop (alo-kop).
Ligt het inkomen boven 120% dan wordt een draagkrachtberekening toegepast, en wordt afhankelijk van de hoogte van het inkomen, de kostenvergoeding verminderd met het bedrag van de draagkracht. De draagkrachtpercentages bijzondere bijstand staan in onderstaand schema:
Bijzondere bijstand algemeen
Eigen bijdrage:
Inkomen tot 120%: geen draagkracht/bijdrage
Inkomen boven 120%: 30% van het meerdere boven 120%
Inkomen boven 140%:
30% van het meerdere tussen 120% en 140%
100% van het meerdere boven 140%
Op het genoemde onder a, b en c is ook de vermogensgrens zoals opgenomen in artikel 8 van toepassing.
Artikel 5.
Draagkrachtberekening individuele bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregels Draagkracht bijzondere bijstand Gemeente Boxtel Participatiewet