Naar hoofdinhoud
1.. Een aanvraag voor bijzondere bijstand moet in beginsel worden ingediend vóórdat de kosten zijn gemaakt. 2.. De aanvraag voor bijzondere bijstand moet worden ingediend op een daartoe bestemd aanvraagformulier, onder overlegging van de benodigde bewijsstukken, en kan, indien dit naar het oordeel van het college doelmatiger is, ambtshalve worden opgemaakt of op een hiervoor door het college vastgestelde werkwijze. 3.. Als belanghebbende geen uitkering heeft op grond van de Participatiewet levert belanghebbende bewijsstukken aan die aantonen wat zijn inkomen en vermogen zijn op de datum van de aanvraag. Als belanghebbenden een uitkering hebben op grond van de IOAW/IOAZ dan zijn bewijsstukken over het vermogen voldoende. 4.. Belanghebbende levert op verzoek aanvullende bewijsstukken aan als deze noodzakelijk zijn voor de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand. 5.. Na het verstrijken van 4 jaar kan opnieuw een aanvraag ingediend worden voor het ten laste komende kind.

Rechtspraak bij dit artikel