**1..** Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
**2..** Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand en voor zover het stoken van vuur plaatsvindt buiten de periode van 31 december 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur;
vuur voor koken, bakken en braden.
**3..** Het is verboden op 1e en 2e Pinksterdag, 30 december, 31 december en 1 januari op of aan de weg of op een voor het publiek toegankelijke plaats te vervoeren of bij zich te hebben enig voorwerp, middel of materiaal dat er toe kan dienen om vuur aan te leggen en/of te houden.
**4..** Het in het derde lid gestelde verbod geldt niet indien het daarin bedoelde voorwerp, middel of materiaal niet bestemd is of gebruikt wordt voor de in dat lid bedoelde handelingen.
**5..** Het college kan van de in het eerste en derde lid gestelde verboden ontheffing verlenen.
**6..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
**7..** Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
**8..** Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf
Artikel 5:34
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Altena 2020