Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Een pgb voor maatwerkondersteuning door een persoon uit het gezin of de sociale omgeving van de jeugdige

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp gemeente Dronten

Soms kan en wil iemand uit het gezin of de sociale omgeving van de jeugdige de maatwerk-ondersteuning bieden. Aan de hand van de regels in de wet, de verordening en deze nadere regels onderzoeken wij of deze persoon vanuit een pgb betaald kan worden: Wij onderzoeken of het bieden van de noodzakelijke hulp door u, al dan niet met behulp van de sociale omgeving, verwacht mag worden. Hierbij kijken wij naar: de pedagogische kwaliteiten van u en/of uw omgeving; hoe zwaar het is voor de persoon die de hulp gaat bieden; welke impact de ondersteuning heeft op de andere gezinsleden van die persoon; of bieden van de ondersteuning invloed heeft op het deelnemen aan de maatschappij van die persoon en zijn gezinsleden; hoe lang de ondersteuning duurt; hoe intensief de ondersteuning zal zijn. Wij onderzoeken of de persoon die de ondersteuning gaat bieden voldoet aan de volgende kwaliteitseisen: Uit het pgb-uitvoeringsplan blijkt dat de ondersteuning van goed niveau is. En dat de hulp in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend. De hulp is afgestemd op de werkelijke behoefte van de jeugdige. De persoon die de ondersteuning verleent is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (VOG). Onder recent wordt verstaan: in elk geval niet ouder dan 3 maanden. Deze eis geldt niet voor leden van het gezin van de aanvrager. De kwaliteit van de ondersteuning is zodanig dat met die ondersteuning de afgesproken resultaten kunnen worden behaald. De ondersteuning past bij de persoonlijke situatie van de jeugdige. De ondersteuning is afgestemd met eventuele andere vormen van ondersteuning/hulp/zorg in het gezin. De persoon die de ondersteuning verleent meldt iedere calamiteit of of vorm van geweld die bij de verlening van ondersteuning plaatsvindt. De persoon die de ondersteuning verleent, stelt een vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn taak uit te oefenen. Als blijkt dat de ondersteuner overbelast raakt door het bieden van hulp, dan onderzoeken wij: of andere organisaties of personen ingezet kunnen worden om de noodzakelijke hulp te bieden; of met het verstrekken van een pgb voor de hulp de draagkracht/draaglastverhouding weer in balans kan worden gebracht. Als de mogelijkheid onder 3a zich voordoet en toch voor mogelijkheid 3b wordt gekozen, verlenen wij alleen een pgb als in het pgb-plan argumenten worden gegeven voor deze keuze. Uit deze argumenten moet dan blijken dat: het bieden van de hulp niet ten koste gaat van de draagkracht/draaglastverhouding van de hulp biedende persoon en/of een ander gezinslid; het bieden van de hulp niet ten koste gaat van de participatie van de hulp biedende persoon en/of een ander gezinslid; de hulp biedende persoon bekend is met de resultaatgerichte werkwijze van de gemeente en in staat is volgens die werkwijze te werken; de hulp biedende persoon in staat is samen te werken met eventuele andere hulpverleners; de hulp biedende persoon voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor de hulp die geboden wordt; voor het beheer van het pgb iemand wordt aangewezen die voldoet aan de regels die de gemeente daarvoor stelt. Wij onderzoeken ook of deze persoon de kwaliteiten heeft die nodig zijn om de noodzakelijke ondersteuning te bieden. Wij hanteren de wettelijke kwaliteitseisen voor de geboden hulp. Daarbij passen wij de norm van de verantwoorde werktoedeling toe. Hierin staan de wettelijke kwaliteitseisen beschreven waaraan de hulp die geboden wordt moet voldoen. Wij onderzoeken in hoeverre een pgb noodzakelijk is om de noodzakelijke ondersteuning te bieden. Wij onderzoeken of het ook mogelijk dat deze persoon ondersteuning biedt zonder dat wij daarvoor een pgb verstrekken. Als deze persoon door het bieden van de ondersteuning niet voldoende kan bijdragen aan het noodzakelijk gezinsinkomen, kan deze persoon met een pgb worden betaald om de ondersteuning alsnog te bieden. Bij het beoordelen van punt 7 onderzoeken wij: of deze persoon kan werken naast de ondersteuning die wordt geboden; wat het noodzakelijk gezinsinkomen is vergeleken met de uitgaven van vergelijkbare gezinnen. Hierbij wordt het 'persoonlijk budgetadvies' van het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) gebruikt voor de vaststelling van het huishouden, de gezinsinkomsten en wat een vergelijkbaar huishouden minimaal nodig heeft voor de uitgaven van het huishouden. Als uit dit onderzoek blijkt dat er geen pgb nodig is om de hulp te verlenen, dan verstrekken wij deze niet.

Rechtspraak bij dit artikel