Naar hoofdinhoud
Naast de missie en visie laten wij ons leiden door de volgende uitgangspunten: Ouders zijn eerst zelf verantwoordelijk; Wij werken zoveel mogelijk vanuit de gedachte: 1 Gezin/ 1 Plan/ 1 Regisseur; Wij streven naar zorg neutrale dorpen met een sterke sociale basis in elke dorpskern; Wij bieden de juiste hulp, op het juiste moment, op de juiste plek, niet meer en niet minder; Wij kiezen voor “Positief opgroeien”; Ons jeugdbeleid is gericht op alle Midden-Delflandse jeugdigen van -9 maanden t/m 18 jaar (en hun ouders), met extra aandacht voor bepaalde risicogroepen. 1Ouders zijn eerst zelf verantwoordelijk Ouders zijn de eerstverantwoordelijken voor het evenwichtig en veilig laten opgroeien van hun kinderen. De gemeente ondersteunt ouders waar nodig bij hun opvoedingstaak. Die ondersteuning is gericht op gezond gedrag van jeugdigen, veilig opgroeien, talentontwikkeling, participatie en actief burgerschap. Voor onze inzet geldt dat de zelfredzaamheid van jeugdigen en hun ouders voorop staat. Jeugdigen en ouders worden gestimuleerd om zelf en met elkaar oplossingen te vinden. Maar als dat nodig is, worden zij professioneel ondersteund in de omgeving van hun alledaagse leven. Ouders behouden de regie, ze zijn immers de belangrijkste baken in de ontwikkeling van het kind. Ze doen dat volgens hun eigen kracht, hun eigen deskundigheid en hun eigen normen en waarden. Vragen over opvoeding horen bij het leven en worden niet geproblematiseerd. Met professionele hulp worden inwoners zo toegerust, dat zij zoveel als mogelijk vanuit de eigen kracht en het eigen sociale netwerk oplossingen vinden voor eventuele problemen. De hulp en ondersteuning wordt ook weer afgebouwd. 21 Gezin/ 1 Plan/ 1 Regisseur Wij werken zoveel mogelijk vanuit de gedachte van 1G1P1R (één gezin, één plan, één regisseur). Binnen deze aanpak staat altijd het kind centraal, maar moeten ook de ouders en de omgeving van het kind zoveel mogelijk betrokken worden en het aantal betrokken professionals beperkt blijven. 3Wij streven naar zorg neutrale dorpen met een sterke sociale basis in elke dorpskern: zorg nabij en aansluiten De gemeente Midden-Delfland wil waar mogelijk de zorg dichtbij haar inwoners organiseren (zorg neutrale dorpen). Als opvoeden en opgroeien niet soepel verloopt en de eigen sociale omgeving daarbij onvoldoende steun kan bieden, voorzien de zichtbare schakels (leerkrachten, leidsters in kinderopvang, jeugd- en sportvoorzieningen, waar gewenst ondersteund door uitvoerende professionals) kinderen, jongeren en ouders snel van passende ondersteuning. Daarvoor is een goede samenwerking tussen de gemeente, instellingen, ouders/verzorgers én jeugdigen zelf van belang. Positief jeugdbeleid is ook breder en omvattender dan uitsluitend gerichtheid op het kind en/of gezin. Het voorziet in een stevig fundament van basisdiensten en –voorzieningen (van consultatiebureau tot kinderopvang, van recreatie tot educatie, van onderwijs tot werk). En – voor jeugdigen die buiten de boot (dreigen te) vallen – bovendien in een (niet vrijblijvend) vangnet en aanvullende ondersteuning. De werkwijze kent als verbindend criterium het principe van oplossingsgericht werken en kenmerkt zich door samenhang, vraagverheldering en toegankelijkheid. 4Wij bieden de juiste hulp, op het juiste moment, op de juiste plek, niet meer en niet minder Eenvoudige interventies zijn van grote waarde. Pas als ouders ernstig in gebreke blijven, is zwaardere hulp nodig. Hoe eerder pedagogische ondersteuning terloops via spel (peuteropvang, spel aan huis, voorschoolse taalondersteuning), sport en verenigings- of vrijwilligerswerk het gedrag en welzijn van het kind en ouders kan bijsturen, hoe beter. 5Wij kiezen voor “positief opgroeien” Positief opgroeien is een oplossingsgerichte aanpak voor samenlevingsopbouw. Hieronder verstaan wij ook zaken als het gemeentelijk inkomens- en woonbeleid, het onderhoud aan de speeltuinvoorziening en het realiseren van voldoende sportfaciliteiten. Ondersteuners van ouders en kinderen onderzoeken samen met hen hoe een vraagstuk het beste beantwoord kan worden. Hij/zij maakt (waar nodig samen met anderen) de daarvoor noodzakelijke analyse van oorzaak of aanleiding. De vormgeving van het antwoord organiseert zich rond de gewenste oplossingen en is minder geïnteresseerd in het scherp definiëren van probleemgroepen en de daarbij behorende etikettering van jeugdigen. Dit betekent dat antwoorden in de eerste plaats gezocht worden in de interactie tussen opvoeders en het kind. Diensten en voorzieningen richten zich met hun programma’s dus op het gebruik – en zo nodig herstel – van de autonomie van opvoeders, zodat gezinnen intact blijven en weer tot functioneren in de eigen context komen. 6Ons jeugdbeleid is gericht op alle Midden-Delflandse jeugdigen van -9 maanden t/m 18 jaar, met extra aandacht voor bepaalde risicogroepen Jeugdhulp is er voor kinderen en jongeren tussen de 0 en 18 jaar. Jeugdbeleid (en daarmee dit beleidskader) is echter breder dan alleen jeugdhulp of alleen hetgeen onder de Jeugdwet valt. Voor jeugdigen boven de 18 jaar gelden de volgende specifieke regelingen. Een jongere die onder de Jeugdwet valt kan na zijn of haar 18e verjaardag doorstromen via de zogeheten ‘doorloopregeling’. Deze regeling is uit de Wet op de jeugdzorg overgenomen in de Jeugdwet en houdt in dat jongeren onder bepaalde voorwaarden ook na hun 18e bij dezelfde zorgaanbieder zorg mogen ontvangen. Jeugdhulp kan doorlopen tot maximaal het 23e levensjaar, voor zover deze hulp niet onder een ander wettelijk kader valt en mits wordt voldaan aan één van onderstaande drie kenmerken (zie art. 1.1, begripsbepaling ‘’jeugdige’’ lid 3 JW): de jongere krijgt jeugdhulp voor de 18e verjaardag die nog niet is afgerond, of de gemeente heeft vóór de 18e verjaardag jeugdhulp toegekend, of als de jongere voor de 18e verjaardag jeugdhulp heeft gehad en de gemeente binnen een half jaar na afloop daarvan weer nieuwe jeugdhulp toekent. Verder geldt dat per 1 juli 2018 een bestuurlijke afspraak tussen de VNG, Jeugdzorg Nederland en het Rijk (VWS) van kracht is geworden die regelt dat pleegzorg voortaan standaard tot 21 jaar ingezet wordt, tenzij het pleegkind heeft aangegeven geen gebruik meer te willen maken van pleegzorg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel