Er is ruimte om accenten te leggen en de bandbreedte te bepalen van bovengenoemde toegangsfuncties. Dit betekent dat gemeenten zelf kunnen bepalen of ze hun lokale toegang tot de jeugdhulp heel smal inrichten (alleen opstellen van indicaties) of heel breed (zoveel mogelijk hulp zelf uitvoeren en een minimaal gebruik van overige aanbieders). De toegang moet zo zijn ingericht dat vragen snel, adequaat en licht kunnen worden opgepakt. Hiermee wordt geprobeerd erger voorkomen en de kosten beheersbaar te houden. Het is echter wel reëel om ervan uit te gaan dat een klein deel van de bevolking binnen de gemeente altijd hulp en ondersteuning nodig zal hebben.
De gemeente Midden-Delfland wil de zorg dichtbij de inwoners organiseren. Het is een bewuste keuze om daar waar mogelijk hulp aan jeugdigen en volwassenen zelf aan te bieden via het MT. Deze hulp wordt zonder beschikking/ zorgtoewijzing verleend en voorkomt dat cliënten worden doorgestuurd naar de duurdere tweedelijnsvoorzieningen.
Dat deze aanpak werkt zien we onder andere uit de toename van het aantal hulpvragen van cliënten, die direct vanuit het Maatschappelijk Team zijn opgepakt waardoor toeleiding tot tweedelijnszorg is voorkomen. Een ander resultaat dat zichtbaar wordt is dat in gevallen waar wel toeleiding naar jeugdhulp plaatsvindt, dit in steeds meer gevallen via het MT verloopt: in 2016 liep minder dan 20% van de jeugdhulp via het MT, inmiddels is dat ongeveer de helft.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.3
Inrichting van de toegang
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Midden-Delfland houdende regels omtrent het beleidskader jeugd 2020-2023