Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Kwijtschelding bijstand

Onderdeel van Beleidsregels Bbz Gemeente Eemnes 2020

1.. Het college kan besluiten tot kwijtschelding bijstand indien de belanghebbende: a.. Gedurende 60 maanden zijn aflossingsverplichting voor de teruggevorderde bijstand onafgebroken en naar draagkracht is nagekomen; bij onderbreking van het terugbetalingsgedrag kan de periode met 3 jaar worden verlengd. b.. Gedurende een periode van twee jaar niet of zeer onregelmatig heeft afgelost op een vordering en de nog openstaande vorderingen minder bedragen dan € 150,00. c.. Gedurende vijf jaar geen aflossingen aan een niet-verwijtbare vordering heeft gedaan en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment alsnog gaat verrichten. d.. De in onderdeel a. genoemde termijn bedraagt tien jaar indien sprake is van een verwijtbare vordering wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht. 2.. Als voorwaarde voor kwijtschelding geldt dat er geen sprake is van vermogen, zoals bedoeld in artikel 34 PW, waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan. 3.. Het college kan tot kwijtschelding van algemene bijstand overgaan, als de belanghebbende een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restschuld, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, in één keer aflost. 4.. Het college gaat niet over tot kwijtschelding als er sprake is van dwanginvordering. 5.. In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder a of d alleen genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht. 6.. Tot toepassing van het eerste lid onder b en c en het tweede lid wordt uitsluitend ambtshalve besloten.

Rechtspraak bij dit artikel