**1..** Het college kan besluiten tot kwijtschelding bijstand indien de belanghebbende:
**a..** Gedurende 60 maanden zijn aflossingsverplichting voor de teruggevorderde bijstand onafgebroken en naar draagkracht is nagekomen; bij onderbreking van het terugbetalingsgedrag kan de periode met 3 jaar worden verlengd.
**b..** Gedurende een periode van twee jaar niet of zeer onregelmatig heeft afgelost op een vordering en de nog openstaande vorderingen minder bedragen dan € 150,00.
**c..** Gedurende vijf jaar geen aflossingen aan een niet-verwijtbare vordering heeft gedaan en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment alsnog gaat verrichten.
**d..** De in onderdeel a. genoemde termijn bedraagt tien jaar indien sprake is van een verwijtbare vordering wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht.
**2..** Als voorwaarde voor kwijtschelding geldt dat er geen sprake is van vermogen, zoals bedoeld in artikel 34 PW, waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan.
**3..** Het college kan tot kwijtschelding van algemene bijstand overgaan, als de belanghebbende een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restschuld, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, in één keer aflost.
**4..** Het college gaat niet over tot kwijtschelding als er sprake is van dwanginvordering.
**5..** In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid, onder a of d alleen genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht.
**6..** Tot toepassing van het eerste lid onder b en c en het tweede lid wordt uitsluitend ambtshalve besloten.