Indien de subsidieontvanger van een subsidie van €5.000,00 of hoger in het subsidieafrekenformulier niet kan aantonen, dat de activiteiten zoals benoemd onder artikel 5.1 van deze deelverordening en de verdeling van de middelen daarover hebben plaatsgevonden overeenkomstig de in deze deelverordening opgenomen voorwaarden, wordt de verleende subsidie op nul vastgesteld.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.3.