Naar hoofdinhoud
1.. De opvangvoorziening dient vóór 1 april van het jaar dat volgt op elk jaar van de subsidieperiode een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. 2.. Het college van burgemeester en wethouders stelt de subsidie vast vóór 1 oktober van het jaar volgend op elk subsidiejaar van de subsidieperiode. 3.. Het subsidiebedrag wordt na de subsidievaststelling overeenkomstig die vaststelling betaald, dan wel teruggevorderd, onder verrekening van de betaalde voorschotten. 4.. Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen overeenkomstig het bepaalde in artikel 4:57 van de Awb worden teruggevorderd. 5.. De aanvraag om subsidievaststelling gaat in elk geval vergezeld van een financieel verslag, dan wel een jaarrekening en een verslag van uitgevoerde activiteiten/verrichte prestaties. 6.. Voor subsidies die een bedrag van € 25.000,- niet te boven gaan, wordt vrijstelling verleend van hetgeen bepaald is in artikel 4:78 eerste tot en met vierde lid van de Awb. In dit geval dient een ondertekende verklaring van een kascommissie overgelegd te worden. 7.. Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 4:78 van de Awb, onderzoekt de accountant van de instelling tevens de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 8.. De subsidieaanvrager legt bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie verantwoording af, conform de verantwoordingseisen zoals ze zijn opgenomen in de beleidsregels. 9.. Het college van burgemeester en wethouders kan formulieren vaststellen voor het indienen van de verantwoordingsgegevens. 10.. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde verplichtingen te controleren

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel