Naar hoofdinhoud
Laaggeletterdheid: Het niet beheersen van één of meer Nederlandse taal- en/of rekenvaardigheden op een niveau gelijk aan of hoger dan het referentieniveau 2F zoals vastgesteld in het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen; Basisvaardigheden: Taal-, reken- en digitale taalvaardigheden; Taalvaardigheden: Mondelinge taalvaardigheid, lezen en schrijven; Rekenvaardigheden: Getallen, verhoudingen, meten en meetkunde, of verbanden; Digitale vaardigheden: Het kunnen gebruiken van digitale toepassingen die, in het dagelijks leven, als algemeen gebruikelijk worden gezien, zoals: • ICT-systemen gebruiken waaronder kunnen werken met internet; • Mediawijsheid; • Informatieverwerking.

Rechtspraak bij dit artikel