Na afloop van de periode waarvoor de subsidie is verleend, stelt het college de subsidie ambtshalve binnen zes maanden vast. De ouder verstrekt daartoe:
Een overzicht van de feitelijke kosten van de kinderopvang over deze periode;
Een jaaropgaaf van de inkomsten van de ouder.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.7
Artikel 3.7.18