Het college weigert de subsidie indien er sprake is van een voorliggende voorziening. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend:
De kinderopvang die de ouder op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van derde personen uit het sociaal netwerk kan organiseren;
De tegemoetkoming van de Belastingdienst voor de kosten kinderopvang;
Kinderopvang op basis van VVE of niet KOT;
Een tegemoetkoming voor kinderopvang op basis van de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.7
Artikel 3.7.9