Naar hoofdinhoud

Artikel 2:

Hinderlijke hond

Onderdeel van Beleidsregel bijtincidenten honden gemeente Urk

1.. De burgemeester acht een hond hinderlijk in de zin van artikel 2:59 APV als de hond schade veroorzaakt aan roerende of onroerende zaken zoals bedoeld in artikel 3:3 Burgerlijk Wetboek of een persoon of ander dier bijt, zoals bedoeld in artikel 1 lid 2. 2.. Bij een eerste incident waardoor een hond als hinderlijk wordt gezien, geeft de burgemeester een schriftelijke waarschuwing aan de eigenaar/houder van de hond. 3.. Bij een volgend incident in een periode van twee jaar kan de burgemeester de eigenaar/houder van een hinderlijke hond een kort aanlijngebod voor onbepaalde tijd opleggen. Daarnaast dient de hond te zijn voorzien van een uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. 4.. De burgemeester kan afzien van het opleggen van deze maatregel of deze maatregel opheffen wanneer de eigenaar/houder door middel van een gedragstest, zoals bedoeld in artikel 4, aantoont dat de hond niet (meer) hinderlijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel