Naar hoofdinhoud

Artikel 5:

Afstand doen of inbeslagname

Onderdeel van Beleidsregel bijtincidenten honden gemeente Urk

1.. Als de eigenaar/houder van een hond, welke op grond van artikel 2 lid 1 of artikel 3 lid 1 door de burgemeester is aangewezen als hinderlijk dan wel gevaarlijk, handelt in strijd met de bepalingen in artikel 2:59 APV, kan een geldboete of een last onder dwangsom worden opgelegd. 2.. Als de eigenaar/houder van een hond, welke op grond van artikel 3 lid 1 door de burgemeester is aangewezen als gevaarlijk, handelt in strijd met de bepalingen in artikel 2:59 APV en de hond vervolgens een nieuw bijtincident veroorzaakt met lichamelijk letsel bij personen of letsel bij andere dieren, kan de eigenaar/houder worden gevraagd om vrijwillig afstand te doen van de hond. 3.. De burgemeester kan besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van een hond op grond van artikel 5:31 lid 2 Awb als de in lid 2 genoemde situatie zich heeft voorgedaan, de eigenaar/houder van de hond hierop niet vrijwillig afstand doet van de hond en de burgemeester vreest dat de kans op bijtrecidive aanwezig is. 4.. Bij het in lid 3 omschreven onvrijwillig in beslag nemen van de hond kan in opdracht van de eigenaar/houder van de hond of de burgemeester een gedragstest worden afgenomen bij een beroepsvereniging aangesloten gedragstherapeut/-keurmeester. 5.. Op basis van de uitgevoerde gedragstest kan de burgemeester besluiten om de hond te laten resocialiseren of te herplaatsen. 6.. De kosten van vervoer, opvang/verblijf en het testen van de hond komen volledig voor rekening van de eigenaar/houder van de hond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel