Wij vinden het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente Dronten actief mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunnen gaan. Dit betekent dat u, ondanks uw beperkingen (zoals beschreven staat in hoofdstuk 1):
mensen kunt ontmoeten;
contacten kunt onderhouden;
aan maatschappelijke activiteiten kunt deelnemen.
Om mee te kunnen doen in de samenleving, moet u zich kunnen verplaatsen. Bij de Wmo kijken wij naar de verplaatsingen die u elke dag maakt in uw directe leefomgeving, dit wordt ook wel de vervoersbehoefte genoemd.
Vervoersbehoefte
Om te bepalen welke hulp nodig is, onderzoeken wij uw vervoersbehoefte. Hierbij kijken wij naar uw individuele situatie en uw behoeften, voorkeuren en persoonskenmerken. Wij houden rekening met uw beperkingen, maar kijken bijvoorbeeld ook naar waar en waarom u ergens heen wil gaan. Daarnaast wordt gekeken naar zaken als uw leeftijd en de daarbij passende behoeften, bijvoorbeeld of u jonge kinderen heeft.
3.3.1 Vervoersmiddelen
Met een vervoersvoorziening kunt u zich verplaatsen in de woon- en leefomgeving. De woon- en leefomgeving wordt omschreven in te bereiken bestemmingen.
Tijdens een gesprek met de gids wordt gekeken welke problemen u ervaart rondom het verplaatsen, welke plekken in de omgeving u wilt bezoeken (vervoersbehoefte), de frequentie, de sociale en de medische omstandigheden.
U moet 1.500 tot 2.000 kilometer per jaar kunnen afleggen in de omgeving. Daarbij mag rekening gehouden worden met de combinatie van de beschikbare voorzieningen, zoals een rolstoel, een scootmobiel of collectief vervoer.
Bij vervoermiddelen gelden de volgende regels:
U ontvangt een maatwerkvoorziening wanneer u vanwege medische redenen geen gebruik kan maken van algemeen gebruikelijke voorzieningen.
Bij een maatwerkvoorziening zoals een driewielerfiets of een scootmobiel, moet u voldoende verkeersinzicht hebben om veilig aan het verkeer te kunnen deelnemen.
Kinderen tot 12 jaar hebben in het algemeen geen zelfstandige vervoersbehoefte. Zij kunnen vaak met de ouders mee, al dan niet met het openbaar vervoer, zonder dat een voorziening nodig is. Wij kijken naar de individuele situatie en beoordelen afhankelijke daarvan of het nodig is. De uitzondering is als een kind gebruik moet maken van een speciale wandelwagen, autostoel of rolstoel. Dan kan het zijn dat normaal openbaar vervoer niet kan. In dat geval kan een aangepaste fiets (drie- of vierwieler of tandem) worden verstrekt.
3.3.2 Rolstoel
Een rolstoel kan helpen met het verplaatsen in en rondom uw woning. Het verplaatsen in en om de woning kan op verschillende manieren: met een rollator, lopend met krukken, met een trippelstoel of met een rolstoel. Van deze voorzieningen valt alleen de rolstoel onder de Wmo.
Wanneer u uzelf dagelijks zittend moet verplaatsen in en om de woning, komt u in aanmerking voor een maatwerk rolstoel. Wanneer de rolstoel af en toe wordt gebruikt, waarbij de rolstoel in de auto wordt meegenomen om elders te gebruiken (bijvoorbeeld bij het winkelen of bij uitstapjes), valt dit niet onder het met een maatwerkvoorziening te bereiken resultaat.
De gids maakt naar aanleiding van het keukentafelgesprek de beslissing of u in aanmerking komt voor een maatwerk rolstoel. De specifieke vereisten van een maatwerk rolstoel worden beoordeeld door de leverancier van het middel. Wanneer u niet in aanmerking komt voor een maatwerkrolstoel, geeft de gids u tips voor andere oplossingen.
U kunt de rolstoel in natura ontvangen of een persoonsgebonden budget (pgb). Met een rolstoel in natura regelt de gemeente dat u de rolstoel ontvangt via een leverancier en vallen alle kosten van onderhoud en verzekering onder de regeling.
Bij een pgb krijgt u een budget waarmee u zelf een rolstoel kan aanschaffen. Het budget is niet hoger dan de prijs van een vergelijkbare rolstoel in natura. Bij het pgb wordt een bedrag opgenomen voor reparatie en onderhoud. Met het pgb moet de inwoner minimaal 6 jaar een rolstoel nodig hebben om zich te verplaatsen. Als uw situatie verandert, dan wordt er opnieuw onderzoek gedaan naar of een andere maatwerkvoorziening beter past.
Algemene voorzieningen
Wanneer een maatwerk rolstoel niet van toepassing is, dan kunt u gebruik maken van een algemene rolstoelvoorziening. Voor een dagje uit of een middagje winkelen kan bijvoorbeeld een rolstoel worden gehuurd bij medipoint.
3.3.3 Sportvoorzieningen
Voor een sportrolstoel wordt een tegemoetkoming verstrekt. De hoogte van deze tegemoetkoming bedraagt maximaal € 2.836,- . Dit bedrag is bedoeld als tegemoetkoming in aanschaf, onderhoud en reparatie van een sportrolstoel voor een periode van minimaal 3 jaar. Deze financiële tegemoetkoming hoeft niet helemaal kostendekkend te zijn.
Om in aanmerking te komen voor een sportrolstoel moet aan de volgende voorwaarden voldaan worden:
u wil een sport gaan beoefenen of doet aantoonbaar aan een bepaalde sport;
u bent zonder sportrolstoel niet in staat tot uitoefening van die sport;
door de sport ontmoet u andere mensen en kunt u uw sociale kring uitbreiden.
Na de periode van 3 jaar kunnen onderhoudskosten worden vergoed, als de voorziening technisch is gekeurd en is goedgekeurd door de gemeente.
3.3.4 Scootmobiel
U kunt maatwerk vervoersvoorziening in de vorm van een scootmobiel ontvangen, als dit de goedkoopst compenserende oplossing is. Daarbij wordt er ook gekeken of de scootmobiel op een geschikte locatie gestald kan worden.
Een scootmobiel kan worden toegewezen als u een structurele vervoersbehoefte in de directe omgeving heeft. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als u met een scootmobiel zelf kan winkelen, familie kan bezoeken en andere vormen van vrijetijdsbesteding heeft. Om te bepalen of een scootmobiel passend voor u is, kunnen rijvaardigheidslessen worden geadviseerd. Hierbij kan eventueel eerstelijnszorg worden ingezet om rijvaardigheid aan te leren.
3.3.5 Collectief vervoer
Wanneer u geen gebruik meer kunt maken van het openbaar vervoer, is het mogelijk dat u in aanmerking komt voor collectief vervoer. Dit is een algemene voorziening. Via de gemeente kunt u korting krijgen voor de kosten van dit vervoer. Om in aanmerking te komen voor deze korting moet u minder dan 800 meter (eventueel met een hulpmiddel) in een redelijk tempo kunnen lopen. Wanneer er verder dan 800 meter kan worden gelopen, dan wordt er verwacht dat u het openbaar vervoer kunt gebruiken. Een uitzondering hierop is, als u zelf niet in het openbaar vervoer kunt komen.
Er vindt altijd een individuele beoordeling plaats, waarbij wij kijken naar de vervoersbehoefte, de daadwerkelijke afstand tot de bushalte of treinstation, de mogelijkheden van vervoer door vrijwilligers (bijvoorbeeld via De Meerpaal) etc.
Er wordt altijd eerst gekeken of u gebruik kunt maken van collectief vervoer, voordat er een maatwerkvoorziening wordt ingezet. Hierbij wordt er een afweging gemaakt tussen de mogelijkheden van het collectief vervoer en hoe dit de situatie beïnvloed in het behouden of verbeteren van uw zelfredzaamheid en mogelijkheden om mee te doen in de samenleving.
Aanvullende vervoersvoorziening
Kunt u minder dan 800 meter lopen dan zullen wij kijken of naast collectief vervoer ook een maatwerkvoorziening (bijvoorbeeld een scootmobiel) nodig is. Dit neemt de gids mee in zijn/haar onderzoek.
3.3.6 Een auto-aanpassing
Collectief vervoer is in de meeste gevallen de goedkoopst vervangende vervoersvoorziening. Wij vinden het belangrijk dat kinderen tot 18 jaar mee kunnen reizen met hun gezin. Wij kunnen aan gezinnen met een kind dat nog geen 18 jaar is, een beperking heeft en zich niet kan verplaatsen in de eigen leefomgeving, een auto-aanpassing verstrekken.
Een auto-aanpassing wordt aangebracht op een auto die u zelf aanschaft. Hierbij wordt gekeken naar de technische staat van de auto en hoe oud de auto is. Is een auto ouder dan 7 jaar, dan verstrekt de gemeente geen auto-aanpassing meer. De auto-aanpassing bestaat uit:
oprijgoten of een oprijplateau voor de rolstoel van het kind;
rolstoelvergrendeling;
vloeraanpassing in verband met de vergrendeling van de rolstoel;
een RDW-keuring.
Een plateaulift wordt pas verstrekt nadat uit een onderzoek, eventueel aangevuld met extern advies, is gebleken dat de specifieke aanpassing aan de personenbus noodzakelijk is om uw kind te vervoeren.
Het aanschaffen van stuur- en rembekrachtiging, een automatische versnelling of hoge instap wordt in de meeste gevallen als algemeen gebruikelijk gezien. Wij zullen hierbij altijd de individuele situatie van u bekijken, om te beoordelen of een aanpassing algemeen gebruikelijk is.
Een auto-aanpassing wordt verstrekt in de vorm van een financiële tegemoetkoming. Wij vragen u bij 2 verschillende aanbieders een offerte op te vragen. Aan de hand deze offertes bepalen wij de hoogte van de tegemoetkoming.
Vergoeding voor gebruikskosten eigen auto of individuele (rolstoel)taxi
Wanneer uit een medisch advies blijkt dat collectief vervoer niet passend is, kunnen wij een vergoeding verstrekken voor de gebruikskosten van een eigen auto of individuele (rolstoel)taxi. Deze vergoeding wordt verstrekt in de vorm van een financiële tegemoetkoming.
3.3.7 Hoogte tegemoetkoming vervoersvoorzieningen
Bij vervoer door een taxi of rolstoeltaxi zijn er twee vormen:
Vervoersvoorziening in natura.
Collectief vervoer wordt in natura aangeboden. Voor het collectief vervoer (regiotaxi) betaalt een Wmo-reiziger voor een rit een opstaptarief van € 0,75 en € 0,20 voor iedere kilometer. Bij de overige vervoersvoorzieningen in natura, zoals een rolstoel of een scootmobiel, betalen wij de leverancier.
Vervoersvoorziening in de vorm van een vervoersbudget.
Een vervoersbudget is alleen mogelijk wanneer collectief vervoer geen passende oplossing is. Er is, in tegenstelling tot andere voorzieningen, geen keuzevrijheid voor het kiezen voor een pgb wanneer u gebruik kunt maken van het collectief vervoer. Dit is omdat collectief vervoer een algemene voorziening is en mensen met een Wmo-indicatie een korting voor het gebruik krijgen. Deze korting is niet om te zetten in een pgb. De kosten van het gebruik van de taxi of rolstoeltaxi worden rechtstreeks door ons aan de aanbieder betaald. De hoogte van dit budget is maximaal €100,- per maand. Dit bedrag is gebaseerd op het tarief voor collectief vervoer. Er wordt maximaal voor 2.000 kilometer per jaar vergoed.
Eigen auto
Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een eigen auto, bedraagt maximaal € 435,- per jaar. De tegemoetkoming voor de vervoersvoorzieningen wordt per kwartaal betaald. De vergoeding voor het gebruik van de eigen auto is een vooraf vastgestelde vergoeding die aan het begin van elk kwartaal wordt uitbetaald.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Participeren en contact met anderen
Onderdeel van Nadere regels Wet Maatschappelijke ondersteuning 2020