Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Bepalen of een onderwijsvoorziening een school is in de zin van de Leerplichtwet (artikel 1a, 1 lid 2, 1A1 en 22, lid 4 Leerplichtwet)

Onderdeel van Instructie voor de leerplichtambtenaar/RMC-medewerker van de gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten, 2019

1.. Indien ouders aangeven dat zij voldoen aan hun verplichtingen krachtens de Leerplichtwet doordat hun kind gebruik maakt van een niet uit de openbare kas bekostigde of aangewezen onderwijsvoorziening, dan neemt de leerplichtambtenaar contact op met de onderwijsinspectie met het verzoek een onderzoek in te stellen en binnen een in het verzoek aangegeven termijn een advies uit te brengen over de vraag of de onderwijsvoorziening kan worden beschouwd als een school in de zin van de Leerplichtwet. 2.. De leerplichtambtenaar volgt het advies van de onderwijsinspectie. 3.. Indien een school niet voldoet aan de criteria van de wet en niet langer een school in de zin van de wet is, stelt de leerplichtambtenaar de ouders van de leerlingen van de onderwijsvoorziening binnen 7 dagen schriftelijk op de hoogte van het feit dat de onderwijsvoorziening niet langer een school is als bedoeld in de wet, of verzekert hij/zij er zich van dat de onderwijsvoorziening de ouders daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld. Ouders krijgen de gelegenheid hun kind(eren) op een andere school in te schrijven. Hiervoor wordt een termijn van drie weken gehanteerd. Als ouders na drie weken nog geen stappen hebben ondernomen wijst de eerplichtambtenaar hen op hun verplichting om hun kind(eren) onverwijld in te schrijven op een school of instelling. Hiervoor krijgen ouders nog eens twee weken de tijd. Hebben ouders zich na het verlopen van deze termijn nog niet gehouden aan de verplichting hun kind(eren) in te schrijven en er is geen sprake van enige vrijstellingsgrond, dan maakt de leerplichtambtenaar proces verbaal op wegens absoluut verzuim.

Rechtspraak bij dit artikel