De meldcode bestaat uit 5 stappen. De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker volgt deze stappen.
De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker brengt de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten in kaart en legt deze vast in het leerlingdossier.
Tevens legt de leerplichtambtenaar/RMC-medewerker de contacten over de signalen vast, evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die worden genomen. De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker beschrijft de signalen zo feitelijk mogelijk. Hypothesen en veronderstellingen worden vastgelegd, daarbij wordt uitdrukkelijk opgenomen dat het gaat om een hypothese of veronderstelling. De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker maakt een vervolgaantekening als een hypothese of veronderstelling later wordt bevestigd of ontkracht. De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker vermeldt de bron als er informatie van derden wordt vastgelegd. Diagnoses worden alleen vastgelegd als ze zijn gesteld door een bevoegde beroepskracht.
De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker doet een kindcheck. De kindcheck valt onder stap 1 van de meldcode en is aan de orde wanneer een volwassene of een adolescent in een situatie verkeert die minderjarige kinderen (ernstige) schade kan berokkenen. Er moet in dat geval in een gesprek met ouders/verzorgers onderzocht worden of er (nog meer) kinderen bij ouders/verzorgers wonen en wie er voor hen zorgen. Op basis van deze informatie wordt besloten of er verdere actie ondernomen moet worden door de verdere stappen van de meldcode te zetten.
Indien uit een vertrouwelijk gesprek met een leerling blijkt dat er sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling, dan meldt de leerplichtambtenaar/RMC-medewerker dat hij/zij of zij conform de meldcode zal handelen, tenzij er zwaarwegende belangen van de leerling zijn om dit na te laten.
De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker registreert de leerling in de verwijsindex Risicojongeren. Betreffen de signalen huiselijk geweld of kindermishandeling gepleegd door een beroepskracht, dan meldt de leerplichtambtenaar/RMC-medewerker de signalen bij de leidinggevende of de directie. In dat geval zijn de verdere stappen niet van toepassing.
De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker bespreekt de signalen met een collega, bij voorkeur een lokale of regionale leerplichtambtenaar/RMC-medewerker. De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker vraagt zo nodig ook advies aan Veilig Thuis. De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker legt de uitkomst van de bespreking vast in het leerlingdossier.
De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker nodigt leerling en ouders uit om de signalen te bespreken. Dit gesprek wordt bij voorkeur door twee medewerkers gevoerd. In het gesprek komen de volgende onderwerpen aan de orde: het doel van het gesprek, de feiten die de leerplichtambtenaar/RMC-medewerker heeft vastgesteld en de waarnemingen die zijn gedaan. Aan de leerling en ouders wordt gevraagd hierop te reageren.
De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker komt pas na de reactie van leerling en ouders, zo nodig en zo mogelijk met een interpretatie van hetgeen hij/zij heeft gezien, gehoord en waargenomen. De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker vertelt de ouders wat de vervolgeacties (kunnen) zijn. De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker legt op zorgvuldige wijze de bevindingen van het gesprek vast in het leerlingdossier. Het doen van een melding zonder dat de signalen zijn besproken met de leerling en ouders, is alleen mogelijk als de veiligheid van de leerling, ouders, de leerplichtambtenaar/RMC-medewerker of die van een ander in het geding is, of als er goede redenen zijn om te veronderstellen dat de leerling of ouders door dit gesprek het contact zullen verbreken.
De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker weegt op basis van de signalen, het ingewonnen advies en het gesprek met de leerling en ouders, en na consultatie van een collega, bij voorkeur een lokale of regionale leerplichtambtenaar/RMC-medewerker het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling. De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker weegt eveneens de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker legt zijn afwegingen vast in het leerlingdossier.
Afweging 1: Is melden noodzakelijk?;
Afweging 2: Is hulpverlening (ook) mogelijk?; zelf hulp organiseren of melden. De afwegingen dienen in deze volgorde genomen te worden.
De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker doet alsnog een melding van zijn vermoeden bij Veilig Thuis als er signalen zijn dat het huiselijk geweld of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint. Alvorens de leerplichtambtenaar/RMC-medewerker een melding doet bespreekt hij/zij deze melding met leerling (ouder dan 12 jaar) en ouders. In dit gesprek geeft de leerplichtambtenaar/RMC-medewerker aan waarom hij/zij van plan is de melding te doen, vraagt de leerling en ouders om een reactie, hoort de eventuele bezwaren op de melding aan, probeert hieraan tegemoet te komen en maakt vervolgens de afweging over de noodzaak en de aard en ernst van het geweld en de noodzaak om de leerling of ouders te beschermen. De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker legt het gesprek vast in het leerlingdossier.
De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker geeft bij de melding aan op grond van welke feiten en gebeurtenissen hij/zij/zij hiertoe besloten heeft. Tevens meldt de leerplichtambtenaar/RMC-medewerker of er informatie van anderen afkomstig is. De leerplichtambtenaar/RMC-medewerker legt de melding vast in het leerlingdossier.
Artikel 19.