Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2

Artikel 21.

Urgentie op basis van artikel 17 lid 1 sub b. (mantelzorg)

Onderdeel van Huisvestingsverordening Veenendaal

Woningzoekenden die als mantelzorgverlener of -ontvanger, ook als deze niet een economische of maatschappelijk binding hebben, dringend woonruimte nodig hebben, kunnen in aanmerking komen voor urgentie als aan de voorwaarden wordt voldaan. Van mantelzorg als bedoeld in lid 1 wordt gesproken als deze bestaat uit: dagelijkse zorg (7 dagen per week) die thuis wordt geboden in de vorm van huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging of verpleging of individuele begeleiding, waarbij deze zorg minimaal 10 uur per week bedraagt; en, er sprake is van langdurige zorg met de verwachting dat de mantelzorgrelatie minimaal 1 jaar in stand blijft; Van het dringend woonruimte nodig hebben als bedoeld in lid 1 blijkt als de vervangende huisvesting een wezenlijke bijdrage aan de taakverlichting van de mantelzorgverlener levert, onder meer door een vermindering van de afstand tussen de woningen van de ontvanger en verlener van mantelzorg tot een reisafstand van minder dan 8 kilometer. Bij het aanvragen van een urgentie worden een of meerdere relevante (medische) documenten aangeleverd. Het college kan een mantelzorg urgentie weigeren als er al eerder voor dezelfde mantelzorgontvanger een urgentie is afgegeven. Indien de woningzoekende een mantelzorgontvanger is die in een geschikte woning woont maar vervolgens met de verleende urgentie verhuist naar een ongeschikte woning, dan kan de woningzoekende geen beroep doen op aanpassing van de nieuwe woning op basis van de Wmo.

Rechtspraak bij dit artikel