Het is in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 eerste lid aanhef en onder a van de Omgevingswet een bouwwerk of onderdelen van een bouwwerk te slopen.
De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
De artikelen 16 en 17 zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij in artikel 17, lid 1 onder het belang van de monumentenzorg specifiek het belang van het beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bedoeld.
Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet.