Uitgangspunt voor de selectie en aanwijzing van gemeentelijke monumenten zijn de volgende basiscriteria, toetsingscriteria en bouwtechnische criteria:
Architectuurhistorische waarde: bouwstijl, ontwerper, bouwtype, detaillering, interieur, bouwtechniek;
Bouwhistorische waarde: bouw- en verbouwingssporen, materiaal (gebruik), bouwtechniek, structuur, wetenschappelijke bron, bouwhistorische verwachting;
Ensemble- of stedenbouwkundige waarde: concept, gegroeid geheel, verkaveling, ensemble, silhouet;
Cultuurhistorische waarde: nederzettingshistorie, historische waarde, herinnering aan historische gebruik of gebruikers, sociaal-economisch belang;
Gaafheid: omgeving, hoofdvorm, detaillering;
Zeldzaamheid;
Bij gebouwd erfgoed gecombineerd met (bouwtechnische criteria):
Het casco verkeert in een redelijk goede staat, zodat het monument is te restaureren zonder volledige afbraak;
De oorspronkelijke vorm of aanleg dient in de hoofdopzet nog aanwezig te zijn, tenzij het een belangwekkende historisch gegroeide situatie betreft (historische gelaagdheid).