Naar hoofdinhoud
De in artikel 18 bedoelde grafmonumenten, be­plantin­gen of andere grafbedekking, alsmede grafkelders, worden ge­acht voor rekening en risico van de recht­heb­bende of belanghebbende te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vanda­lisme, vorst, storm, bliksem, water­overlast en andere van buiten komende oorza­ken, of ontstaan door het wegha­len en terugplaatsen van een gedenkte­ken ten behoeve van een bijzet­ting, en eventuele gevolg­schade voor derden, is voor rekening van de recht­heb­bende of belanghebbende. De rechthebbende of belanghebbende is verplicht de - door welke om­standig­he­den ook - aan grafbedek­king toege­brachte schade op eerste aanschrij­ven te herstel­len, indien de beschadi­ging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de be­graafplaats scha­adt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden. Indien binnen twee maanden na de dag van aan­schrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijde­ring en vernietiging van de gedenkte­kens of beplantin­gen over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aanspra­kelijk kan worden gesteld, onverlet het recht van het colle­ge tot herstel of vernieuwing op kosten van de rechthebbende of gebruiker over te gaan. Dit artikel is mede van toepassing op vanwege het college voor reke­ning van de rechthebbende of gebruiker aangebrachte gedenk­tekens of be­plan­tingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel