De verleende aanwijzing kan worden ingetrokken of gewijzigd indien:
de houder niet meer voldoet aan de eis ingevolge artikel 2 lid 2;
op grond van verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de aanwijzing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging moet plaatsvinden in het belang van de uit te voeren diensten in het kader van bewaring gegeven dieren;
aan de aanwijzing verbonden voorschriften en/of beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
van de aanwijzing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel bij het ontbreken van een dergelijke termijn binnen een redelijke termijn;
de houder dit verzoekt;
als er door een wetswijziging geen uitsluitend recht meer gevestigd kan worden.
Artikel 6