Gebiedsspecifiek beleid noodzakelijk om grondverzet in de Regio te faciliteren
In de Regeling bodemkwaliteit is bepaald dat de bodemkwaliteitskaart onder bepaalde voorwaarden als milieuhygiënische verklaring kan worden gebruikt bij grondverzet. Eén van de voorwaarden is dat de ontgravingslocatie en de toepassingslocatie in hetzelfde beheergebied liggen. Standaard (onder het zogenaamde generieke beleid) zijn de grenzen van het beheergebied dezelfde als de grenzen van het grondgebied van de gemeente. Gemeenten hebben echter de mogelijkheid om aan de gemeenteraad voor te stellen om, met toepassing van gebiedsspecifiek beleid, een groter beheergebied aan te wijzen.
Om duurzaam en efficiënt grondverzet binnen de regio mogelijk te maken, wordt aan de raden van de deelnemende gemeenten voorgesteld om met gebruikmaking van het gebiedsspecifieke beleid het grondgebied van de Regio aan te wijzen als beheergebied.
Vaststellen van de Nota
Om een duurzaam en efficiënt beheer van grondstromen in de Regio mogelijk te maken dient de Nota door de raden van de 15 deelnemende gemeenten te worden vastgesteld. Daarnaast dienen de raden ook het grondgebied van de Regio aan te wijzen als beheergebied. Hiervoor is een “uniforme openbare voorbereidingsprocedure” gevolgd. Dit betekent dat iedere belanghebbende bij de besluitvorming wordt betrokken via een inspraakprocedure.
De Nota was op grond van het Besluit bodemkwaliteit zes weken voor iedereen in te zien. De reacties die binnenkwamen, zijn gebruikt bij de vaststelling van de definitieve Nota.
Deze Nota met de daarbij behorende kaarten, is van kracht vanaf het moment van vaststelling door de raad van de betreffende gemeente. Voor de exacte vaststellingsdatum wordt verwezen naar de betreffende Raadsbesluiten.
Deze Nota is de opvolger van de eerdere nota’s bodembeheer en bodembeheerplannen in de regio. Als de Nota wordt vastgesteld, vervallen de eerdere nota’s en plannen. De documenten die worden ingetrokken, staan vermeld in paragraaf 1.4.2 “Regionale beleidskeuzes”.
Geldigheidsduur van de Nota
Aan de Nota mag een geldigheidsduur worden gesteld van maximaal 10 jaar. Besloten is om deze termijn te hanteren. Hiervoor is gekozen omdat in het kader van de Omgevingswet gemeenten worden verplicht om een Omgevingsplan op- en vast te stellen. Een Omgevingsplan bevat ook regels voor grondverzet. Bij het vaststellen van een Omgevingsplan verliest de Nota zijn geldigheid. De gehanteerde termijn van 10 jaar voorkomt dat er voor de tussenliggende periode opnieuw een Nota bodembeheer moet worden vastgesteld, als er binnen 10 jaar geen Omgevingsplan is vastgesteld.