Naar hoofdinhoud

Artikel 1.2.3

Inhoudelijke begrenzing

Onderdeel van Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029

Niet voor grondwater Grondwaterverontreinigingen vallen buiten de strekking van de BKK en deze Nota. In de Regio zijn een aantal grondwaterverontreinigingen bekend. Er is sprake van grondwaterverontreiniging als stoffen of materialen in het grondwater terecht zijn gekomen die schadelijk zijn voor de mens, plant en/of dier. Veel grondwaterverontreinigingen zijn ontstaan door wat mensen in het verleden op een bepaald punt hebben gedaan. Deze verontreinigingen noemen we dan ook puntbronverontreinigingen (relatief lokale verontreinigingen die zijn veroorzaakt door bijvoorbeeld een voormalige chemische wasserij). Verontreinigingen kunnen ook het gevolg zijn van een diffuse belasting (voorbeelden: uitlogen van zware metalen ten gevolge van overbemesting, verzuring in Noord- en Midden-Limburg en uitlogen van cadmium en zink vanuit toegepaste zinkassen in de Kempen). Voor (bouw)activiteiten op deze plekken sluit de Regio aan bij het provinciale bodembeleid [Ref. 3]. Niet voor asbest De BKK doet geen uitspraak over eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem. Asbest neemt een bijzondere positie in. In tegenstelling tot andere stoffen is een bodembelasting met asbest vaak niet te relateren aan een combinatie van historische activiteiten, maar veel meer aan de gebruikte bouwstoffen in een (voormalige) woning of (bedrijfs)gebouw of aan de aanwezigheid van asbest in bepaalde ophooglagen en/of erfverhardingen. Daarnaast biedt de wet- en regelgeving rondom asbest de gemeenten geen (normatieve) afwegingsruimte, wat bij andere bodemverontreinigende stoffen wel het geval is, Voor asbest is er maar 1 toetsingsnorm: de zogenaamde restconcentratie norm (= 100 mg/kg d.s.). Bij overschrijding van de norm: Is de grond niet toepasbaar in het kader van het Besluit bodemkwaliteit; Is er ongeacht de omvang (kubieke meters) van de bodemverontreiniging sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarop de Wbb van toepassing is. Bodemkwaliteitskaart ook voor de onverdachte ondergrond De bodemkwaliteitskaart geeft inzicht in de bodemkwaliteit van de bodemlagen van 0 tot 0,5 m-mv en 0,5 tot 2,0 m-mv. Locaties waarvan bekend is of verwacht wordt dat ze verontreinigd zijn als gevolg van een puntbron zijn geen onderdeel van de bodemkwaliteitskaart. De bodemkwaliteitskaart geeft daarmee inzicht in de aanwezige diffuse verontreinigingen. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat voor het grootste deel van het beheergebied de kwaliteit van de (onverdachte/ongeroerde) bodemlaag van 0,5 tot 2,0 m-mv voldoet aan de norm voor Landbouw en Natuur, ook wel aangeduid met de achtergrondwaarde (AW2000). Bodem/grond die voldoet aan deze norm is duurzaam geschikt voor elke gebruiksvorm en wordt in de praktijk schone grond genoemd. Binnen de Regio mag de bodemkwaliteitskaart onder voorwaarden ook als milieuhygiënische verklaring worden gebruikt voor de bodemlagen dieper dan 2 m-mv. Dit is het geval als wordt gemotiveerd waarom de kwaliteit van de bodemlaag van 0,5 tot 2,0 m-mv qua opbouw, samenstelling en kwaliteit representatief kan worden gesteld voor de kwaliteit van de dieper gelegen bodemlagen. Die motivatie moet worden opgenomen in het vooronderzoek conform de NEN5725. Daarnaast zijn op het roeren van de diepere bodemlagen de zorgplichtbeginselen van toepassing (zie paragraaf 2.2.2).

Rechtspraak bij dit artikel