Uit de BKK [Ref. 4] blijkt dat, met uitzondering van de regionale aandachtsgebieden, de bodem in de Regio overwegend schoon is en geschikt voor alle mogelijke bodemgebruiksvormen. In enkele dorps- en stadskernen is de grond niet schoon, maar voldoet de grond wel aan de landelijk opgestelde generieke norm voor wonen (= Maximale Waarde Wonen). Op basis van dit gegeven worden de volgende ambities geformuleerd:
Tabel 3 Regionale ambities
Ambitie
Toelichting
De Regio zet in op passieve verbetering van de bodemkwaliteit in de regio.
De BKK toont aan dat de algemene regionale bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het duurzaam gebruiken van de bodem voor de huidige functies. Een actieve (programmatische) verbetering van de bodemkwaliteit wordt daarom als niet doelmatig beschouwd. De Regio zal dan ook niet sturen op het actief verbeteren van de bodemkwaliteit. Bij de uitvoering van projecten zal een eventueel grondoverschot conform de geldende regels van het Besluit bodemkwaliteit worden hergebruikt. Hierdoor zal – op termijn – een passieve verbetering van de bodemkwaliteit in de Regio plaatsvinden. Immers vrijkomende (licht) verontreinigde grond mag alleen worden hergebruikt in de diffuus verontreinigde gebieden of in een grootschalige bodemtoepassing.
Stand still op gebiedsniveau.
De Regio zet in op het voorkomen dat hergebruik van grond uit de specifieke regionale aandachtsgebieden leidt tot een verslechtering van de algemene regionale bodemkwaliteit. Met stand still wordt bedoeld dat de kwaliteit van de bodem op gebiedsniveau gelijk blijft of beter wordt.