Naar hoofdinhoud
1.. Voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen en worden gevormd wegens: verplichtingen, verliezen en risico’s waarvan de omvang onzeker is, maar wel redelijkerwijs is in te schatten (bijvoorbeeld voorziening dubieuze debiteuren); egalisatie van kosten, dus voor een gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren (zoals voorziening onderhoud schoolgebouwen gemeente); bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor sprake is van een heffing (waaronder voorziening riolering); ontvangen middelen van derden die specifiek moeten worden besteed (denk aan voorziening afvalstoffenheffing of voorziening wethouderspensioen). 2.. Een voorziening wordt ingesteld, gewijzigd en opgeheven door het college van B&W. Voorzieningen hebben een verplicht karakter (BBV-wetgeving) en kennen daardoor vrijwel geen beleidsvrijheid bij het instellen hiervan. Bij de jaarrekening worden de mutaties in voorzieningen inzichtelijk gemaakt en legt het college verantwoording af aan de raad. Als een verplichting of risico waarvoor de voorziening is ingesteld wegvalt, wordt de voorziening opgeheven. 3.. Een voorziening mag niet groter of kleiner zijn dan de verplichting of het risico waarvoor ze is gevormd. Deze analyse vindt plaats bij de jaarrekening. Dit houdt in dat iedere voorziening moet zijn onderbouwd met een berekening. Bepaling van de noodzakelijke omvang van een voorziening is van belang voor een juiste weergave van de vermogenspositie van de gemeente. Als een voorziening niet toereikend is, kan er een tekort op de exploitatie ontstaan. Maar een te hoge voorziening legt onnodig beslag op de toch al schaarse dekkingsmiddelen. Daarom is het van belang dat er goed onderbouwde (beheer)plannen beschikbaar zijn. Voor risico’s met een kans van < 70% worden geen voorzieningen gevormd. Dit soort risico’s worden gekwantificeerd en opgenomen in de verplicht voorgeschreven paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in begroting en jaarrekening. De algemene reserve dient als financiële buffer. 4.. Toevoegingen aan een voorziening zijn een last in de exploitatie; aanwendingen vinden rechtstreeks plaats (zogenaamde balansmutatie). Een voorziening wordt gevormd door het doen van een toevoeging aan de betreffende voorziening. Deze toevoeging beïnvloedt het resultaat van de exploitatie en wordt direct in de jaarrekening verwerkt. Jaarlijks bij de begroting worden ramingen opgenomen van de bedragen, die in het begrotingsjaar moeten worden toegevoegd aan de voorziening, zodat de bestaande voorzieningen voldoende omvang houden om aan de onderliggende verplichtingen te kunnen blijven voldoen c.q. het bestedingsplan kan worden uitgevoerd. Aanwending van de voorziening wordt rechtstreeks ten laste van de voorziening verantwoord. Tot slot: onderstaande tabel toont het onderscheid tussen reserves en voorzieningen Reserve Voorziening Onderdeel van Eigen vermogen Vreemd vermogen Bevoegdheid instelling Raad (budgetrecht) College. Bestemming Raad kan bestemming wijzigen/besluiten tot alternatieve inzet van middelen Gebonden, slechts voor het betreffende doel aanwendbaar. Restantsaldo valt vrij of moet worden terugbetaald. Omvang Politieke keuze raad. Omvang is gelijk aan verplichting. Toevoeging Het resultaat van baten en lasten leidt tot een toevoeging aan respectievelijk onttrekking aan de reserve. Directe toevoeging ten laste van resultaat voor bestemming is niet toegestaan, maar vindt plaats binnen resultaatbestemming (en niet via de resultaatbepaling). De toevoeging komt direct ten laste van de exploitatie en is dus resultaatbepalend. Onttrekking/ aanwending Directe onttrekking ten gunste van de exploitatie voor bestemming is niet toegestaan. Resultaatbestemming. Aanwending leidt tot een balansmutatie en blijft dus buiten de exploitatie. Er is geen sprake van een last. Onttrekking aan (of vrijval)/ storting komt ten gunste/ten laste van de exploitatie en is resultaatbepalend. Rentetoevoeging/ fictieve rentevergoeding BBV staat dit toe via resultaatbestemming. Zoetermeer vergoedt geen rente over eigen vermogen. Wel is sprake van waardevast houden (inflatiecorrectie). BBV staat dit niet toe. Waardevast houden (inflatiecorrectie) wel mogelijk. Financiële onderbouwing Volgens BBV niet verplicht. Zoetermeer stelt dit wel verplicht. Volgens BVV verplicht. Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel