Naar hoofdinhoud
De Dienstverlener beoordeelt de melding en verricht vanuit zijn expertise en deskundigheid het Onderzoek op basis van de criteria in de Wmo 2015 en het Afwegingskader BW Zeeland (2018). De Dienstverlener raadpleegt zoveel mogelijk de lokale structuur rond de Cliënt en betrekt deze in het Onderzoek. Tevens betrekt de Dienstverlener in principe de lokale toegang bij het Onderzoek. Indien de Cliënt zelf bij de melding een persoonlijk plan heeft ingediend, vormt dit plan onderdeel van het Onderzoek door de Dienstverlener. De dienstverlener betrekt de gewenste verstrekkingsvorm (ZIN of PGB) in zijn onderzoek. Uitgangspunt bij het Onderzoek is dat Cliënt niet tweemaal over de zelfde onderwerpen wordt bevraagd, tenzij op zijn eigen verzoek en/of met de instemming van Cliënt, zijn gemachtigde of vertegenwoordiger. De Dienstverlener verzamelt dossierinformatie over de Cliënt volgens het privacyprotocol van zijn organisatie en deelt gegevens met derden conform artikel 5.1.1 van de Wmo. Indien de Cliënt een voorkeur kenbaar heeft gemaakt voor verblijf bij een bepaalde Dienstverlener, bijvoorbeeld in een persoonlijk plan of anderszins, betrekt de Dienstverlener dit bij zijn onderzoek en gaat hij na of deze wens kan worden gehonoreerd. De termijn voor het Onderzoek is wettelijk vastgesteld op 6 weken na binnenkomst melding als bedoeld in artikel 1.1. Het CZW-bureau waarborgt de start van het Onderzoek uiterlijk 48 uur na ontvangst van de melding bij de CV BW. Het CZW-bureau wijst een Dienstverlener aan om het Onderzoek uit te voeren. De bevindingen worden vastgelegd in een ondersteuningsplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel