Een VVE-indicatie wordt verleend voor
kinderen waar naar de beoordeling van de jeugdgezondheidszorg thuis niet of nauwelijks Nederlands wordt gesproken (taalrisicokinderen);
kinderen die qua ontwikkeling in de knel dreigen te raken door de gezinssituatie, waaronder de geestelijke of lichamelijke toestand van een of beide ouders. (opgroeirisicokinderen).
Kinderen bij wie de jeugdgezondheidszorg constateert dat er daadwerkelijk sprake is van achterstand in spraak- en taalontwikkeling, anders dan een taalspraakstoornis waarvoor logopedie of hulp via een audiologisch centrum is aangewezen.