Naar hoofdinhoud
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: algemene reserve: vrij besteedbare reserves, waarvoor geen verplichtingen gelden op grond van wet, statuten of subsidievoorwaarden om deze aan te houden (ook wel overige reserves genoemd); AFK: Amsterdams Fonds voor de Kunst, dat binnen het kader van de Hoofdlijnen onder andere periodieke subsidies verleent aan kunstinstellingen die niet behoren tot de Amsterdam Bis; Amsterdam Bis: Amsterdamse Basis Infrastructuur bestaande uit daartoe in de Hoofdlijnen aangewezen kunstinstellingen; ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013; continuïteitsreserves: reserves die tot doel hebben de continuïteit van de instelling te waarborgen, ook wel aangeduid als calamiteitenreserves; coronamaatregelen: maatregelen van het kabinet gericht op het maximaal onder controle houden van het coronavirus (COVID-19); college: college van burgemeester en wethouders van Amsterdam; culturele infrastructuur: het samenhangend geheel van door de gemeente Amsterdam en het AFK meerjarig gesubsidieerde instellingen; Hoofdlijnen: de door de gemeenteraad vastgestelde nota’s voor de kunstenplanperiode 2017-2020 (25 november 2015) en 2021-2024 (18 december 2019), waarin het beleid ten aanzien van de kunst en cultuur, de cultuurpolitieke doelen en het financiële kader voor een periode van vier jaar is uitgezet, instellingen in de Amsterdam-Bis worden aangewezen en de functies in de Amsterdam Bis worden gedefinieerd; Kunstenplan: de door de gemeenteraad ter uitwerking van de Hoofdlijnen vastgestelde nota over het gemeentelijk beleid waarin een overzicht is opgenomen van de door het college te subsidiëren instellingen in de Amsterdam Bis en door het AFK te subsidiëren overige instellingen; Kunstenplaninstelling: instelling die een periodieke (vierjarige) subsidie ontvangt in het kader van het Amsterdamse Kunstenplan; Kunstenplansubsidie: een periodieke subsidie die op basis van de Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan (Amsterdam Bis) of op basis van de subsidieregeling vierjarige subsidies AFK wordt verstrekt; matching: aanvullende steun vanuit het Mondriaan Fonds, het Fonds Podiumkunsten of het Filmfonds (rijkscultuurfondsen) voor cruciale regionale musea, (pop)podia en filmtheaters, zoals beschreven in de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19 van het ministerie van OCW (gepubliceerd op 11 juni 2020 in de Staatscourant); noodkas: budget van in totaal maximaal € 50 miljoen euro dat door het college is gereserveerd tot 1 januari 2021 om steunmaatregelen uit te financieren in het kader van de coronamaatregelen; overige compensatiemaatregelen: generieke maatregelen en (coulance)regelingen van andere overheden dan het Rijk waarvan kunst- en cultuurinstellingen gebruik kunnen maken en die als doel hebben de ondersteuning in verband met gederfde inkomsten als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan; Rijksmaatregelen: maatregelen van het Rijk om de financiële gevolgen van de coronacrisis deels te compenseren. Dat zijn generieke economische maatregelen waar ook de cultuursector gebruik van kan maken, en maatregelen specifiek voor de cultuursector (additioneel noodpakket voor de cultuursector van het ministerie van OCW), die deels door rijkscultuurfondsen worden uitgevoerd); Steunfonds: een aan een instelling gelieerd fonds dienend om financieel steun te verlenen onder van te voren aangegeven voorwaarden; steunmaatregel: gemeentelijke steunmaatregel in verband met de coronamaatregelen voor Kunstenplaninstellingen; verlies: het saldo van: de gemiste inkomsten als gevolg van de coronamaatregelen; de extra inkomsten als gevolg van de generieke en specifieke compensatieregelingen van het Rijk(exclusief matching), als mede van door andere overheden getroffen (coulance)regelingen; de lagere uitgaven als gevolg van de coronamaatregelen; de extra kosten als gevolg van de coronamaatregelen; de extra bijdragen van gelieerde partijen (b.v. steunfonds). weerstandsvermogen: de noodzakelijke financiële buffer van een instelling voor het opvangen van calamiteiten. Het weerstandsvermogen wordt berekend door de som van de algemene reserve en continuïteitsreserves, zoals opgenomen in jaarrekening 2019, te delen door het totaal van de gerealiseerde baten in 2019.

Rechtspraak bij dit artikel