Naar hoofdinhoud
1. . Het college kan een eenmalige subsidie verlenen als gedeeltelijke compensatie van de verliezen die worden geleden als gevolg van de coronamaatregelen in de periode van half maart 2020 tot 1 januari 2021 aan de volgende te onderscheiden Kunstenplaninstellingen: kunstinstellingen die na de vaststelling van de Hoofdlijnen kunst en cultuur 2021-2024 door het gemeentebestuur aanvullend op naam zijn aangewezen als behorende tot de Amsterdam Bis of het Cluster Cultuureducatie; kunstinstellingen die in de Hoofdlijnen kunst en cultuur 2021-2024 zijn aangewezen: in een functie van de Amsterdam Bis; als muziekscholen in het Cluster Cultuureducatie kunstinstellingen waaraan het AFK een vierjarige subsidie heeft verleend in het kader van het Kunstenplan 2021-2024 en hiertoe uiterlijk 9 oktober 2020 de verleningsbeschikking hebben ontvangen en niet in aanmerking komen voor fase 1 van deze regeling; kunstinstellingen die een vierjarige subsidie ontvangen van het AFK in het kader van het Kunstenplan 2017-2020 en in de periode 2021-2024 na een fusie onderdeel zijn van een kunstinstelling die een subsidie ontvangen van het AFK in het kader van het Kunstenplan 2021-2024; een kunstinstelling die een vierjarige subsidie ontvangt van het AFK in het kader van het Kunstenplan 2017-2020 en waarvan na een opdeling in verschillende rechtspersonen, deze rechtspersonen afzonderlijk een subsidie ontvangen van het AFK in het kader van het Kunstenplan 2021-2024. 2. . Voor het bepalen van de maximale hoogte van de subsidie worden de Kunstenplaninstellingen bedoeld in het eerste lid onderverdeeld in de volgende groepen: Groep 1: instellingen die geen bijdrage hebben ontvangen op basis van het eerste additionele noodpakket van het ministerie van OCW voor de cultuursector; Groep 2: instellingen die een bijdrage hebben ontvangen uit stroom 1 van het additionele noodpakket van het ministerie van OCW én waarbij het verlies van de instelling aanmerkelijk groter is dan de ontvangen subsidie uit stroom 1. 3. . Voor groep 1 geldt dat de hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de uitkomst van de volgende formule: de hoogte van het verlies van half maart 2020 tot 1 januari 2021; verminderd met het bedrag dat resulteert uit de som van de algemene reserve en de continuïteitsreserves over 2019 en voor zover dit bedrag niet nodig is om een weerstandsvermogen van maximaal 5% over 2019 te behouden. 4. . Voor groep 2 geldt dat de hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van de uitkomst van volgende formule: de hoogte van het verlies van half maart 2020 tot 1 januari 2021, waarbij uit de opgave in de aanvraag blijkt dat er rekening wordt gehouden met de bijdrage uit stroom 1; verminderd met het bedrag dat resulteert uit de som van de algemene reserve en de continuïteitsreserves over 2019 en voor zover dit bedrag niet nodig is om een weerstandsvermogen van maximaal 5% over 2019 te behouden.

Rechtspraak bij dit artikel