1. De raad kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen.
2. De raad is niet bevoegd te adviseren ter zake van klachten, bezwaarschriften en andere zaken die op individuele cliënten betrekking hebben met uitzondering van de gehanteerde procedures en regelingen.
3. De gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders vragen het advies vroegtijdig zodat het van wezenlijke invloed kan zijn op de beleidsontwikkeling c.q. het te nemen besluit.
4. Indien het belang van de zaak daartoe aanleiding geeft, vindt bij de adviesaanvraag mondeling overleg met de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders plaats.
5. De raad heeft de bevoegdheid om voor een goede invulling van zijn taakstelling in voorkomende gevallen gebruik te maken van externe deskundigheid.
6. Aan de raad gevraagde adviezen worden schriftelijk uiterlijk binnen zes weken uitgebracht. Desgewenst wordt daarbij melding gemaakt van een minderheids-standpunt.
7. De gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders kan slechts met redenen omkleed afwijken van het advies. Binnen vier weken informeert het college van burgemeester en wethouders de raad over het genomen besluit.
8. Minimaal vier maal per jaar vindt overleg plaats tussen enerzijds de raad en ander-zijds de portefeuillehouder Wmo en de vaste contactambtenaar als bedoeld in artikel 4.6.0.3. Van dit overleg wordt binnen veertien dagen een schriftelijk verslag opgemaakt door de vaste contactambtenaar. De uitgebrachte adviezen zijn een vast agendapunt.
9. Overleg tussen de raad en het college vindt plaats indien de behoefte daartoe bij een der partijen aanwezig is.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.2.0.2
– Advisering en overleg
Onderdeel van Verordening burgerparticipatie maatschappelijke ontwikkeling gemeente Sluis 2008