**1..** Het begrotingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
**2..** Het Bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste acht weken voordat deze door het Bestuur wordt vastgesteld door tussenkomst van de Colleges toe aan de Raden.
**3..** De ontwerpbegroting wordt door de Colleges voor een ieder ter inzage gelegd en algemeen (digitaal) verkrijgbaar gesteld.
**4..** De Raden kunnen bij het Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
**5..** Het Bestuur stelt de begroting vast uiterlijk 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient.
**6..** Na vaststelling van de begroting zendt het Bestuur de begroting aan de Raden, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
**7..** Het Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.
**8..** De begroting kan zo nodig in de loop van het kalenderjaar worden gewijzigd, met dien verstande dat in dat geval inzending aan Gedeputeerde Staten niet voor 1 augustus hoeft plaats te vinden.
**9..** Het bepaalde in het tweede, derde, vierde en zesde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting vanaf € 250.000,00 gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt.
Hoofdstuk 4.
Artikel 25