In spoedeisende gevallen is de budgethouder bevoegd om verplichtingen aan te gaan zonder dat een (toereikend) budget aanwezig is.
De budgethouder oefent de in lid 1 bedoelde bevoegdheid slechts uit na de hoofdbudgethouder en de verantwoordelijk portefeuillehouder te hebben geraadpleegd.
Van een aangegane verplichting als bedoeld in lid 1 doet de budgethouder zo spoedig mogelijk mededeling aan het college onder vermelding van de noodzaak en een voorstel tot dekking.