Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2.3

Omgevingsvergunning bouw

Onderdeel van Beleidsregels toepassing van de Wet Bibob gemeente Bunnik 2020

In geval van een aanvraag om (wijziging van) een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a Wabo) voert het bestuursorgaan in beginsel een Bibob-onderzoek uit indien één of meer van de volgende criteria op de aanvraag van toepassing zijn: de aanvraag heeft betrekking op een door de gemeente geraamde bouwsom hoger dan € 750.000; de aanvraag heeft betrekking op één of meer van de volgende risico categorieën: horeca- en seksbedrijven, coffeeshops en speelautomatenhallen; smart-, head- en growshops; sportscholen en fitnesscentra; wellnessbranche (massage- en beautysalons, nagel- en zonnebankstudio’s); autobranche (autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven en autodemontage); woonwagenterreinen; recreatieterreinen; industrieterrein; horeca; indien op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau, en/of informatie afkomstig van (een van) de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of verkregen informatie vanuit het OM als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip) overige signalen vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene (dan wel degene die op grond van artikel 2.20 Wabo met hem gelijkgesteld kan worden) en/of zijn potentiele, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zal het bestuursorgaan in beginsel geen uitvoering geven aan een Bibob-onderzoek indien de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid afkomstig is van (semi-)overheidsinstanties, woning(bouw)corporaties (o.g.v. artikel 70 Woningwet) dan wel een door het college bij besluit aangewezen aanvrager (bijvoorbeeld PPS-constructies van particuliere ondernemingen en overheid).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel