Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Vastgoedtransacties onderzoek bij vergroting, vermindering of beëindiging

Onderdeel van Beleidsregels toepassing van de Wet Bibob gemeente Bunnik 2020

De gemeente voert in beginsel een Bibob-onderzoek uit indien er sprake is van vergroting, vermindering of beëindiging van deelname van een rechtspersoon met een overheidstaak, aan een rechtspersoon die een onroerende zaak in eigendom heeft dan wel een onroerende zaak huurt of verhuurt, en indien op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau, en/of informatie afkomstig van (een van) de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of verkregen informatie vanuit het OM als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip) overige signalen vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiele, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, voert de gemeente in beginsel een Bibob-onderzoek uit indien er sprake is van verwerving of huur van de onroerende zaak na deelname. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, voert de gemeente in beginsel een Bibob-onderzoek uit indien er sprake is van vervreemden van erfpacht, als bedoeld in artikel 91, eerste lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Toelichting vastgoedtransacties Contractsvrijheid Vanwege de contractsvrijheid kunnen onderhandelingen ook worden afgebroken indien geen sprake is van een ernstig gevaar. Van ernstig gevaar is bijvoorbeeld sprake als in de fase van het eigen onderzoek voldoende feiten blijken die duiden op een integriteitsrisico, wanneer de betrokkene weigert om een Bibob-vragenlijst (volledig) in te vullen of aanvullende vragen te beantwoorden of het Bureau concludeert dat sprake is van geen of een mindere mate van gevaar maar er naar het oordeel van de gemeente wel een integriteitsrisico bestaat. Onder een integriteitsrisico kan worden verstaan dat sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten of er een gevaar bestaat voor aantasting van de reputatie van de gemeente door het aangaan van een vastgoedtransactie met betrokkene. Dit zal per geval zorgvuldig worden afgewogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel