Naar hoofdinhoud
1.. Iemand die in de haven met een vaartuig een ligplaats inneemt waarvoor liggeld verschuldigd is, is verplicht zich voorafgaand bij aankomst en bij definitief vertrek bij de havenmeester te melden. 2.. Op vertoon van de vergunning voor een ligplaats op basis van de Verordening Scheepvaartrechten wordt door de havenmeester een ligplaats toegewezen voor een bepaald tijdvak. Ook tijdelijke ligplaatsen worden door de havenmeester toegewezen. De havenmeester is bevoegd om gedurende de looptijd van de vergunning waarvoor liggeld verschuldigd is, een andere ligplaats aan te wijzen. 3.. De schipper is verplicht zorg te dragen, dat zijn vaartuig tot genoegen van de havenmeester is aangemeerd. 4.. De schipper is verplicht ervoor zorg te dragen dat de landvasten van zijn vaartuig zodanig zijn aangebracht, dat een ander vaartuig geen schade of hinder wordt toegebracht. 5.. De schipper van een vaartuig moet gedogen dat een ander vaartuig terzijde van het zijne komt en daarover gemeenschap met de wal heeft en waarbij vaartuigen met landvasten eventueel aan elkaar vast worden gemaakt. De schippers van naast elkaar liggende vaartuigen mogen bij het aan- en van boord gaan, laden en lossen conform Artikel 20 of aanmeren elkaar niet bemoeilijken. 6.. Het is verboden een vaartuig in de gemeentelijke havens af te meren, anders dan aan de daarvoor bestemde in de haven gelegen (drijvende) steigers of aanwezige kaden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel