Het aantal reserves wordt zo beperkt mogelijk gehouden
Als algemeen uitgangspunt geldt dat het aantal reserves zo beperkt mogelijk moet worden gehouden. Het aantal (bestemmings)reserves blijft beperkt tot het hoogst noodzakelijke, alleen als er gegronde redenen zijn wordt een reserve ingesteld.
Reserves worden door de raad ingesteld en opgeheven (BBV)
De raad stelt de reserves in en heft ze op (budgetrecht ligt bij de raad).
Informatie die moet worden gegeven bij instelling
Bij de instelling van een reserve wordt in elk geval de volgende informatie gegeven:
Wat is het doel en functie van de reserve?
Wat is de looptijd van de reserve?
Wat is de minimale en maximale omvang?
Wat is de omvang en de wijze van storten en hoe wordt dat gedekt?
Wat is de omvang en wijze van onttrekking en wat is de onderbouwing daarvan?
Voor het instellen van een reserve bestaat een format (zie bijlage 1). Dit format wordt ook gebruikt voor de jaarlijkse toetsing en de verantwoording in de P&C-documenten. In het format zijn de criteria voor het vormen van een reserve vastgelegd. Het college kan voorstellen dit format, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, aan te passen en legt dit ter besluitvorming aan de raad voor.
Storten en onttrekken van reserves
Stortingen in en onttrekkingen aan reserves mogen alleen worden geraamd en uitgevoerd als hierover in een eerder stadium besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.
In de Jaarrekening mogen alleen de daadwerkelijk gemaakte kosten aan de reserve worden onttrokken.
Op reserves wordt geen rente bijgeschreven
Er wordt in principe geen rente bijgeschreven aan de reserves, met uitzondering van de vaste activa reserves en voor die reserves waar expliciete besluitvorming over is genomen over rentebijschrijving. Indien rente wordt bijgeschreven wordt het renteomslagpercentage gebruikt.
Reserves mogen niet negatief zijn
Conform het BBV is het uitgangspunt ten aanzien van de reserves dat ze niet negatief mogen zijn.
De reserves worden jaarlijks kritisch beoordeeld
Jaarlijks dienen de reserves te worden beoordeeld op hun toereikendheid, nut en noodzaak. Uitkomsten van deze beoordeling komen terug bij de Jaarstukken en/of Kadernota. Indien reserves niet meer voldoen aan de gestelde voorwaarden (een investeringsvoornemen is bijvoorbeeld niet in uitvoering genomen binnen de geplande periode) dan valt het saldo vrij ten gunste van de Algemene reserve.
Resterend saldo van een reserve die wordt opgeheven vloeit terug naar de Algemene reserve
Als de raad besluit tot het opheffen van een reserve, vloeit een eventueel restant automatisch terug naar de Algemene reserve.
3.
Artikel Reserves