Naar hoofdinhoud
Het is verboden een parkeermeter op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeermeter staan aangegeven in werking te stellen. Het is verboden op een parkeermeterplaats gedurende de tijden waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan: een motorvoertuig te parkeren indien de parkeermeter niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang van het parkeren in werking wordt gesteld; een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de parkeermeter aangeeft dat de parkeertermijn is verstreken. Indien de parkeerbelasting wordt geheven door middel van een parkeerautomaat, zal door het achter de voorruit van het motorvoertuig aanbrengen of neerleggen van de uit de parkeerautomaat verkregen kaart moeten blijken of de hiervoor vermelde verbodsbepalingen niet worden overtreden. De dag en het tijdstip van afloop van de parkeertermijn, afgedrukt op deze kaart, dienen nog niet verstreken te zijn en moeten duidelijk leesbaar zijn vanaf de buitenzijde van het voertuig, behoudens het bepaalde in het derde lid. Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet wanneer aan de eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend voor het parkeren op de betreffende categorie parkeermeterplaatsen, het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van een vergunningbewijs en niet gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden. Het in het eerste lid en tweede lid vervatte verbod geldt niet in de gevallen waarin artikel 83, aanhef en onder f van het RVV 1966 van toepassing is. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel