Naar hoofdinhoud
1.. Als de eigenaar/houder van een hond, welke op grond van artikel 4 van deze beleidsregel door de burgemeester is aangemerkt als gevaarlijk, in strijd met het kort aanlijn- en/of muilkorfgebod handelt en de hond een nieuw bijtincident veroorzaakt, wordt de eigenaar/houder gevraagd om vrijwillig afstand te doen van de hond. 2.. Wanneer de eigenaar niet vrijwillig afstand doet van zijn hond, kan de burgemeester besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van een hond op grond van artikel 5:31, tweede lid Awb als de in het eerste lid genoemde situatie zich heeft voorgedaan. Er is dan sprake van spoedeisende bestuursdwang. 3.. De burgemeester kan overgaan tot inbeslagname van de hond wanneer herhaaldelijk het kort aanlijn- en/of muilkorfgebod niet wordt nageleefd, en er sprake is van zeer ernstige vrees voor het ontstaan van een zeer ernstig bijtincident. Er is dan sprake van bestuursdwang. 4.. Bij het in het tweede en derde lid omschreven onvrijwillig in beslag nemen van de hond geeft de burgemeester opdracht de hond te onderwerpen aan een gedragstest uitgevoerd door een gedragskliniek van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, of een andere door de gemeente erkende onderzoeker of faculteit. 5.. Wanneer uit de gedragstest, als bedoeld in het vierde lid, blijkt dat de hond niet kan worden herplaatst bij de oorspronkelijke eigenaar, een andere eigenaar of anderszins het risico op bijtincidenten kan worden voorkomen, wordt door de burgemeester besloten deze hond te doen inslapen. Dit wordt uitsluitend gedaan door een daartoe bevoegde dierenarts. 6.. De kosten van vervoer, opvang/verblijf, (medische) verzorging, gedragstest, eventuele overige noodzakelijke kosten na inbeslagname en eventueel de kosten voor het doen inslapen komen volledig voor rekening van de eigenaar/houder van de hond en worden op hem/haar verhaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel