Naar hoofdinhoud
1.. Het is in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een bouwwerk te slopen. 2.. Het is daarnaast verboden om in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht zonder omgevingsvergunning of in strijd met bij zodanige omgevingsvergunning gestelde voorschriften: bouwwerken te verstoren, te plaatsen, op te richten, te verplaatsen of in enig ander opzicht te wijzigen; bouwwerken te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het stads- of dorpsgezicht wordt ontsierd of in gevaar gebracht; onroerende zaken, geen bouwwerk zijnde, zoals straten, wegen, pleinen, wateren, bomen, erfafscheidingen- niet zijnde een bouwwerk- en straatmeubilair te realiseren, aan te leggen, planten of wijzigen. 3.. Het verbod en de vergunningplicht, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet bij normaal onderhoud en beheer en indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd, welke in dienst staan van de verbetering van de cultuurhistorische kwaliteit van het stads- en dorpsgezicht. 4.. Aan de omgevingsvergunning kunnen, ingeval van afbraak als bedoeld in het eerste lid, voorwaarden met betrekking tot archeologisch onderzoek worden verbonden. 5.. De omgevingsvergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het eerste lid, worden geweigerd indien een bouwvergunning kan worden verleend voor een in plaats van het te slopen bouwwerk nieuw op te richten bouwwerk, doch deze nog niet is aangevraagd. 6.. De omgevingsvergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het eerste lid, worden aangehouden indien de bouwvergunning voor een in plaats van het te slopen bouwwerk nieuw op te richten bouwwerk is aangevraagd, doch op die aanvraag nog niet is beslist. De aanhouding duurt totdat onherroepelijk op die aanvraag is beslist. 7.. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. 8.. De artikelen 16, 17 en 18 zijn van overeenkomstige toepassing. 9.. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel