De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 15, eerste lid, kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken:
als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten.
binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt.
tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen.
§ 3.
Artikel 16.
Intrekken van de omgevingsvergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Nieuwegein 2020