Het is van belang dat het verwijderen van wees-, wrak-, en hinderlijk gestalde (brom)fietsen op de juiste wijze plaatsvindt. De grondslagen en kaders hiervoor zijn vastgelegd in de APV en de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Op deze grondslagen en kaders zal hieronder nader worden ingegaan.
Algemene Plaatselijke Verordening
Artikel 5:5 lid 1 APV (Fietswrakken)
In dit artikel is het verbod op het stallen van fietswrakken vastgelegd. Dit artikel luidt als volgt:
“Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op de openbare weg binnen de bebouwde kom; of
b. op een door het college aangewezen plaats te plaatsen of te hebben, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.”
Artikel 5:12 lid 1 APV (Verkeerd gestalde fietsen)
Dit artikel biedt het juridisch kader voor de handhaving op verkeerd gestalde fietsen. In dit artikel staat het volgende:
“Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.”
Het college heeft in een apart aanwijsbesluit het station van Rhenen en de directe omgeving aanwezen als gebieden waar het verkeerd stallen van fietsen niet toegestaan is. Dit aanwijsbesluit is terug te vinden op www.overheid.nl.
Artikel 5:12 lid 2 APV (Weesfietsen)
In dit artikel is het verbod vastgelegd om op bepaalde plekken binnen de gemeente een fiets of bromfiets voor een langere periode te stallen. Dit artikel luidt als volgt:
“Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.”
Algemene wet bestuursrecht
Toepassing bestuursdwang
In artikel 5:21 e.v. Awb in samenhang met artikel 125 Gemeentewet is vastgelegd dat het college bevoegd is tot het toepassen van bestuursdwang.
Kostenverhaal
Het verwijderen van de fiets op kosten van de overtreder gebeurt op basis van art. 125 Gemeentewet in samenhang met de artikelen 5:21 e.v. Awb. Het college geeft de fiets pas af op het moment dat de verschuldigde kosten zijn voldaan. Dit is bepaald in artikel 5:29 lid 4 Awb.
Bewaartermijn
In artikel 5:30 Awb is vastgelegd dat de bewaartermijn van verwijderde fietsen maximaal 13 weken bedraagt. Na deze bewaartermijn mag het college overgaan tot vernietiging of verkoop van de fiets. Wanneer de fiets in een dusdanig slechte staat is dat een bewaartermijn van 13 weken niet in verhouding is tot de staan van de fiets, dan mag deze bewaartermijn worden verkort tot minimaal 2 weken. Hiervan zal in beginsel vaak sprake zijn wanneer het gaat om een fietswrak.
Rechtsbescherming
Het toepassen van bestuursdwang is een besluit in de zin van 1:3 lid 1 Awb. Hiertegen kan daarom bezwaar worden aangetekend. De bezwaartermijn begint te lopen op het moment dat de fiets door de eigenaar wordt afgehaald.