Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.2

Wijze van instelling reserves

Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Beverwijk houdende regels omtrent reserves en voorzieningen

Om te voorkomen dat onnodig middelen worden vastgelegd waarvoor een andere bestemming mogelijk is, moeten goede gronden aanwezig zijn om een reserve in te stellen of in stand te houden. Aan de andere kant moet er natuurlijk ook voor worden gewaakt dat de begrotingspositie van de gemeente, door financiële risico’s waarvoor geen buffer is gevormd, wordt aangetast. De omvang van de reserves moet daarom worden afgestemd op het doel dat er mee gediend moet worden c.q. op de omvang van de risico’s dan wel de verplichtingen en/of verliezen die erdoor moeten worden afgedekt. Om het budgetrecht van de raad op het terrein van de reserves tot zijn recht te laten komen zal het instellen of opheffen van reserves bij afzonderlijk raadsbesluit (apart beslispunt) dienen plaats te vinden. In het raadsbesluit zal aandacht besteed moeten worden aan het volgende: Omschrijving van het doel waarvoor de reserve wordt gevormd; Minimale en/of maximale omvang; Wijze van stortingen en onttrekkingen (structureel of incidenteel); Looptijd. Voor de vorming van een bestemmingsreserve geldt een minimale omvang van € 100.000.

Rechtspraak bij dit artikel