De aanvrager komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening, ter compensatie van de beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen, als gevolg waarvan de cliënt niet voldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet weg kan nemen:
op eigen kracht;
met gebruikelijke hulp;
met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk;
met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of
met gebruikmaking van algemene voorzieningen.
Het college neemt het verslag, indien aanwezig, als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.
De cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als:
deze langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om een cliënt met een korte levensverwachting, in welk geval per definitie geacht wordt sprake te zijn van een langdurige noodzaak;
de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en
de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.
Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:
indien de voorziening voor de cliënt algemeen gebruikelijk is;
voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat;
indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente;
indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding, zoals bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet, en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijke toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld;
indien het een voorziening betreft die de cliënt vóór de melding, zoals bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet, heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld;
voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan de cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen.
als deze voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met de reeds bestaande en bekende beperkingen, niet verband houdende met de overgang naar een volgende levensfase;
indien de maatwerkvoorziening, gezien de beperkingen van de cliënt, niet veilig voor hemzelf of zijn omgeving zou zijn, dan wel gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.
Indien opzettelijk onjuiste informatie wordt verstrekt of opzettelijk informatie wordt verzwegen, met het oogmerk om op oneigenlijke gronden een maatwerkvoorziening te verkrijgen of te doen verkrijgen.
Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven,
tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
Het college kent slechts de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening toe.
Het college kan nadere regels stellen omtrent de voorwaarden, aard, inhoud en omvang van de verstrekken maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 3
Artikel 14.
(Algemene) criteria voor een maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening Wmo gemeente Midden-Drenthe 2020